De
GedicHteN

van Ruth Lasters als Dichter van België.

Graas dan, grijsdier

Ach, de zebra’s zullen later, liefste, over deze aarde heersen.
Zij, de meesters van het tussen de lijnen eten, drinken, draven
over alle vooroordelen en misverstanden heen.
 

En ze zullen oprukken in kuddes van de kust tot
in de steden, alle uitersten verzoenend met hun vacht
van fel contrast.
Zo veel grauw geworden gras van slagvelden zullen ze grazen
dat uiteindelijk een veulen wordt geboren grijs gestreept: nuancering
op benen, waar de wereldvrede eindelijk
op zal willen komen aangereden. Denk je? Denk je? Ja, ja zeker.

 

Vrees je dan niet dat
juist dictators zebra’s tellen ’s nachts in plaats van schapen,
zwart-witdenkers bij uitstek, iedereen en alles
in voor- en tegenstanders verdelend?

 

Alsof tirannen zich in slaap tellen, maar suffie-dufkop, nee.
Dat gevoel van vallen in je droom dat iedereen kent,
komt doordat er ergens ver weg een despoot
ondanks zijn gruweldaden
geheel probleemloos indommelt, toch?

 

Zou het ook niet kunnen dat een zebra wordt geboren
telkens als een godenkind hierboven
zijn huiswerk venndiagrammenleer
vertikt
de doorsnede te arceren van wat alle mensen bindt: nood aan veiligheid,
erkenning, tederheid.

 

Kunnen kan zoveel. Maar zweer me, zweer me liever, liefste,
dat je mijn kudde van wij/zij-gedachten als die nog eens aanstormt
grijswaarden zal voeren uit je hand, uit je allen-anders-hart,
je kansslagader. En kus me dan, maanloos en ook zonder
suiker, gewoon zwart zonder
angst parce que la nuit, tous les zèbres
sont gris.

En wij? Et nous ? Denk je soms dat ze óns extra beveiligen

sinds de Louvreroof? Honderd splinternieuwe camera’s

komen er nu in Parijs en noodmaatregelen allerlei. Jawel, wij hebben ervan gehoord. Wij, schelpen, zijn niet doof, on n’est pas sourds. Wagenwijd open

heeft Broodthaers ons gekookt voordat hij ons tot kunst verklaarde.


Moulice Van Zeepokken en Kato Coquillette ginds

denken dat men allicht spoedig gewapend glas vol sensoren

rond onze Grande Casserole zal komen plaatsen. Tja, hún vlees

heeft Marcel rauw verwijderd. Au, aïe! Scharnierschade.

De grip kwijt op de dingen en ja, dan wacht je al wat sneller op Godot.


Ali À l’Ail de Bouillabaisse schreeuwt soms vanuit het diepst

van onze pot: ‘Wij zijn de kroonjuwelen van de kritische kunst,

‘de hulzen van het vrije woord’ zoals Marcel het zelf zei.’

Ons onderbeveiligd laten is echt de wereld op zijn kop

when art becomes Arc de Tr(i)ump en Russische regiestoelen

zowat vleesetend zijn. Ze klappen dicht en ja, een sceptische cineast

verdwijnt.


Les demoiselles Au Vin daar bij de rand (men wordt na zo’n bereiding

toch nooit meer echt totaal ‘nature’, nuchter)

willen juist dat onze casserole spectaculair wordt gestolen

(met acrobatisch ontweken infraroodstralen en zo) om dan te worden

leeggekapt over het hoofd van een despoot die zich door ons

dan hopelijk weer de zee herinnert, het water, het één en oer

van iedereen en alles, onze gedeelde oorsprong.    


Zolang men niet ook ons, ambassadeurs der vrije kunst, extra bewaakt:

staking, la grève! Elke dag gaan wij een fractie van een millimeter

meer dicht uit solidariteit met al wie wordt monddood gemaakt.

Kranten zullen weldra koppen: BEROEMDE MOSSELEN
MYSTERIEUS GESLOTEN’. Met alle weekdieren ter wereld,

mais pas avec les moules de Broodthaers !

Hé psst, zal ik u stiekem snel de vragen verklappen
van het Belgisch burgerschapsexamen dat straks iedereen moet afleggen,
van de nieuwste tot de oudste Belg (misschien is het slechts
een gerucht, maar toch). Alors, approchez-vous :

Pourquoi Magritte n’a-t-il pas allumé la pipe de son tableau célèbre ?
Waarom komt er geen rook uit Magrittes beroemde pijp?

Om te kunnen slagen voor de proef moet u natuurlijk zelf
eerst wijzen op de strikvraag die men u stelt,
zeggen

in eender welke landstaal: Dies ist keine Pfeife. Daar was u ook
vast wel al achter, duh. Maar zeg het voort aan toekomers, aan hopers
misschien ontsnapt aan een dictator
die kunst noch vrede rookt, alleen zijn ego-roi soleil
onder zijn eigen zon gedroogd.

Om goed te scoren dient u vervolgens luid te vragen wat
de examinator precies met het ontbreken van ‘rook’
bedoelt: gewone tabaksrook of zwart-geel-rode

defilérook vermengd met Zwinzeemist, taalgrensnevel, Wetstratese
sluimerslierten et la belle brume de la Vallée de la Hoëgne
alsof duizend mosselen een dampgesprek voeren
over het belang van samen opengaan, à la vapeur assaisonnée.

Dan pas – maar nogmaals, zeg het, zeg het voort zodat dit
geen absurd eenvoudige proef blijft
voor absurd weinigen – dan pas antwoorden:
Magritte heeft er geen rook bij geschilderd
parce que pour allumer la pipe il se fia
à l’étincelle de chaque Belge/ het aansteken van de pijp heeft hij
gedelegeerd aan elke Belgenvonk van branie, burgermoed,
joie de vivre, gelaagde lichtheid/légèreté

Leonidasiée – NE MANGEZ PAS LES FRAISES MASSEPAIN !
DE MARSEPEINEN AARDBEIEN ZIJN VOOR EEUWIG GERESERVEERD

à Tom Lanoye, Amélie Nothomb, David Van Reybrouck et Lisette Lombé,
beschermers van het vrije woord, protecteurs et protectrices de la liberté
d’expression.

En dan natuurlijk nog de tweede examenvraag: Wat het dan wél is
si ce n’est pas une pipe? Hier niet twijfelen. Resoluut de reproductie
met een kwartslag draaien en antwoorden: Het is een gespiegeld
vraagteken, allicht verwijzend naar de gezonde
Belgische oog in oog met ons
zelf-

kritiek. C’est un point d’interrogation en miroir ou bien Magritte
qui nous dit : un Belge (même un Premier ministre initialement favorable
à la scission) ose se regarder en face et se remettre
en question.

© Koen Broos

coNtact opNemeN

Abonneer u op onze nieuwsbrief

Franstalige contact

Charlotte Poncelet
Maison de la Poésie et de la Langue française

*

 +32 (0)81 22 53 49
charlotte [@] maisondelapoesie.be

Nederlandstalig contact

Lerne van Kesteren
Poëziecentrum

*

+32 (0)9 225 22 25
lerne.vankesteren [@] poeziecentrum.be

De Dichter*es

Lisette Lombé

Mustafa Kör

Carl Norac

Els Moors

Laurence Vielle

Charles Ducal

De partners