De
GedicHteN

van Els Moors, Dichter van België van 2018 tot 2020. 

stop! laat mij wenen en aan jou denken

mijn verlaten kamelen loeien onder

het lichten van de bliksem in de woestijn

de wind wakkert de vuren die ik achterliet

 

bij jouw gloeiende lichaam aan jij bent

mij dierbaarder dan al het goud in mijn

bezit maar zonder jouw liefde is mijn

genot tot een wrede slang geworden

 

ze zwiept haar staart beveelt

elke stap tussen kamille en jasmijn

voert me verder weg van jou

jij die mij tot dit vergeten dwingt

 

ik bid ik drink ik zing ik verbrand

in het oog van mijn verdriet terwijl

de bloemen aan de drinkplaats

waar de kamelen rusten

 

kalm de trage dagen dulden

boezemt mijn lichaam mij alleen nog

angst in als een tent vol loze

ingewanden op de vlucht

 

voor het ongeluk dat als een

dakpan uit de hemel valt liefste

waar wanneer zal ik jou wedervinden

hoe zal ik dan jouw koude hart

 

verzachten voor jou ben ik een

golf in de wind een ster in de zee

een berg in de woestijn de spijker

die dankbaar klappen vangt



Met dank aan de Nationale Loterij en haar Spelers.
Met de steun van het Cultureel Samenwerkingsakkoord tussen de Franse en de Vlaamse Gemeenschap.

 

Ik voel een groot verlangen om
Dit oude jaar de vuilbak in te gooien
Ik ken de scherpe randen van zijn zomer
nog en al zijn andere seizoenen

Op het eind van alles blijft
een mens gewoon een mens
niet in het minst -ikzelf-weerloos
klaar om in dit mistig winterlicht

Te bezwijken aan de apocalyps
die voortduurt zolang wij er niet
in slagen om één iemand te redden
die er niet toe doet bij deze

Ik wens je vogels liefste
bloemen koffiemolens alles
wat jouw ijdele verlangens kan
laten knarsen en ik ontneem je

graag het laatste restje hoop
op jouw privé-geluk een stalen jet
en op het eind daarvan kapitalistisch
onstuimig en frivool: de dood

in het lege jazzy jaar dat voor
ons ligt zal ik opnieuw eenzaam
en geheel op eigen wijze
in jouw naam dapper zijn, beloofd.



Met dank aan de Nationale Loterij en haar Spelers.
Met de steun van het Cultureel Samenwerkingsakkoord tussen de Franse en de Vlaamse Gemeenschap.

 

Eind augustus verbleef Dichter des Vaderlands Els Moors in de Letterie in Oostende, samen met enkele aangespoelde schrijvers en haar opvolger Carl Norac. Haar verblijf resulteerde in een Gesamtkunstwerk, waarbij Noracs eerste indrukken van de badstad door de residerende schrijvers van tekst werden voorzien. Dit nieuwe Gedicht des Vaderlands ‘Vliegles’ maakt daar deel van uit.

Het volledige Gesamtkunstwerk, getiteld Aangespoelden, lees je hier terug!



dit is het geluid van de zee maar in deze stad klinkt

ter herinnering aan dat aanspoelen van de golven

altijd eerst het ronde zingen van de meeuwen

variërend tussen een radeloos piepen op

 

een onzichtbaar ritmisch slaande wind

tot het momentane opslokken of uitspuwen

van hoge onbestemde noten elk akkoord

halsstarrig weigerend dit onregelmatig

 

krassen van hoog naar laag aangezet

als een blaasbalg daarbij het gebalk

van de wind kopiërend heeft de intentie

de in zichzelf verzonken voorbijganger

 

bedachtzaam van nature te alarmeren

dan wel te informeren over het feit

dat hij zich aan de randen van een zich ver

uitstrekkend zeedomein bevindt

 

meeuwen zijn de witte wachters van dat

rijk zij paraderen oppermachtig en blootsvoets

aan grenzen die enkel zij beheersen

en controleren door op te vliegen

 

en neer te strijken in heldere onvervalste

kleuren en met een niet mis te verstane blik

zo zag ik op een ochtend een groep van

honderd meeuwen zitten op het strand

 

onbeweeglijk en in stilte juist daar waar de ochtendbleke

schuimkoppen van de golven zich voor korte tijd

gevaarlijk bruisend in elkaar probeerden te haken waarna

zij neerploften in het zand zodat de meeuwen

 

van waar ik zat bij al dat geweld al leken te zijn gestorven

nietszeggend standhoudend in die roerloze borst leken het wel

beelden pas toen een wandelaar kwam aangelopen begonnen ze

weer uit te vliegen op te zwermen enkele meters slechts

 

en gingen toen weer zitten nooit hoger

vliegend dan nodig en dit keer nauwelijks

een kreet slakend en zwijgend eensgezind

ik weet na dit korte zonnebaden zullen ze

 

net zo lief luidruchtig en met grote vleugelslagen in

een oogwenk naar verschillende delen van de wereld

zweven zonder werkelijk te bewegen ze zullen

zichzelf daarbij van grote hoogte hebben zien

 

vallen zonder zich te bezeren stortvloeden

zullen hen altijd maar heel even hebben

meegesleurd zie hoe een meeuw door

het slaan met zijn vleugels in de hoogste ijle

 

lucht kan blijven en zie hoe de bewegende

lucht boven elke zee de bollende zeilen vult

moeiteloos zwaarbeladen schepen duwt

iedereen met vleugels groot genoeg en goed

 

bevestigd zal dus op een dag

hebben geleerd hoe je weerstand

overwint hoe je de lucht verovert

en bedwingt en hoe je jezelf daarop

 

verheft



Met de steun van de Nationale Loterij en haar spelers.
Met dank aan het culturele samenwerkingsakkoord tussen de Vlaamse en Franstalige Gemeenschap.

 

500 jaar na de dood van Leonardo Da Vinci eerst het Festival Musica Divina deze Homo Universalis. In opdracht van het poëtische luik van het festival, Poesia Divina, schreef Dichter des Vaderlands  Els Moors een psalm onder het motto: ‘de klank van Da Vinci‘.

Het gedicht is bijna een ready-made, vrij naar de brief die Da Vinci schreef aan Ludovico Sforza, waarin hij voornamelijk zijn eigen oorlogskunsten prijst. Slechts op het einde van die brief maakt hij er gewag van dat hij ook in de kunsten ‘alles kan wat maar mogelijk is’. Vandaar de keuze voor de titel: ‘In de dichtkunst kan ik alles wat maar mogelijk is‘.

Dit gedicht wordt voor het eerst live voorgedragen, vanmiddag op Poesia Divina in Herentals, om 17 uur. Alle praktische details vind je hier, de voorstelling is gratis!

(vrij naar de brief van Leonardo Da Vinci (±1481) aan Lodovico Sforza, de hertog van Milaan: vertaling van de oorspronkelijke tekst door Charles Nicholls in ‘Leonardo Da Vinci, Een biografie’)

 

wanneer het ook maar gelegen komt zal ik alles

met genoegen metterdaad demonstreren mijn geheimen

 

openbaren zonder iemand afbreuk te doen het ontwerp

en de werking van de bestaande werktuigen heb ik bekeken

 

en bestudeerd maar zij verschillen in niets van de algemeen

gebruikelijke en ik heb methoden voor het vervaardigen van

 

buitengewone lichte en sterke bruggen gemakkelijk

te vervoeren of je mij nu achtervolgt of uit de weg gaat

 

en verder andere die solider zijn en niet te verwoesten

door vuur of geweld en gemaakt uit het duurzame materiaal

 

van het verlangen naar en de wanhoop om jouw schoonheid

die vergankelijk is de ademende zachtheid van jouw huid

 

en ik weet dat als jouw hart belegerd wordt, hoe jouw tranen

gestelpt moeten worden en hoe allerlei tegemoetkomingen

 

voorzichtige woorden stormladders en overige voor dit doel

geschikte zaken vervaardigd moeten worden en is jouw

 

belegerde lichaam niet met deze beschietingen klein

te krijgen vanwege de hoogte van de oevers van het

 

verdriet of de sterke ligging van jouw eenzame bestaan

dan heb ik methoden om elk fort of elk bolwerk

 

te vernietigen ook al zijn deze op de harde rots van jouw

ongeloof gebouwd ook heb ik diverse kanonnen zeer

 

makkelijk te vervoeren die de allerzoetste

liefdesverklaringen wegslingeren zodat het wel

 

een hagelstorm lijkt en de muziek die ermee gepaard

gaat zal grote angst bij de vijand teweeg brengen en

 

mijn woorden zullen grote verliezen en verwarring

veroorzaken -ik heb methode’s om geluidloos

 

ondergrondse tunnels en geheime kronkelgangen

te maken om zo jouw ziel te bereiken en zelfs zo

 

nodig onder een gracht of een rivier van al ’s werelds

tranen door te graven ik zal gepantserde gedachten

 

maken bestand tegen elke aanval die met hun

geschut door de rijen van de vijand heen breken en

 

die door geen mens hoe machtig ook tegengehouden

kunnen worden en daarachter kunnen alle mensen die

 

net als ik volgens de waarheid van het geluk willen

beminnen, volgen, geheel ongedeerd en zonder

 

tegenstand te ondervinden ik zal kanonnen

en mortieren en licht geschut maken mooi en bruikbaar

 

van constructie en heel anders dan het gebruikelijke

type en als deze beschietingen in naam van mijn liefde

 

niets blijken uit te halen zal ik katapulten, blijden, voetangels

en andere buitengewoon doelmatige toestellen

 

ontwerpen die niet gebruikelijk zijn en als de strijd

op zee plaatsvindt dan heb ik allerlei uiterst geschikte

 

aanvals- en verdedigingswerktuigen en vaartuigen

die bestand zijn tegen de zware beschietingen buskruit

 

rookmiddelen: kortom deze woelige tijden die jou

liefste voor altijd van mijn liefde willen scheiden




Met de steun van de Nationale Loterij en haar spelers, met dank aan het culturele samenwerkingsakkoord tussen de Vlaamse en Franstalige Gemeenschap.

 

Greta Thunberg schudde afgelopen maandag (23.09.19) wereldleiders wakker met haar vlammende speech op de VN-klimaattop in New York. De Zweedse klimaatactivist is al langer een inspiratiebron in de strijd voor strengere klimaatmaatregelen, vooral onder jongeren. Dit jaar kwamen scholieren massaal op straat om te protesteren voor een beter klimaatbeleid, aangemoedigd door de eerste klimaatspijbelsessies van Thunberg zelf. Dat is ook onze Dichter des Vaderlands niet ontgaan: zij baseerde zich voor haar protestlied op de slogans die te zien waren in de verschillende marsen in Brussel. Haar lied werd zo enthousiast onthaald, dat er spontaan vertalingen werden aangeboden – zo is de Franse vertaling van de hand van toekomstig Dichter des Vaderlands Carl Norac – waardoor ‘Hoe heter hoe beter’ nu een officieel Gedicht des Vaderlands wordt.

Luister live naar het klimaatlied!
Ondertussen bestaat er ook al een Afrikaanse versie van het protestlied, ‘Dis heet dis sweet’ van multi-instrumentalist Frazer Barry, die momenteel op tournée is in de Lage Landen. Donderdag 26 september is hij samen met Els Moors te gast in Avond van de Afrikaanse roman, een organisatie van Week van de Afrikaanse roman en deBuren. Daar zal hij het nummer brengen met percussionist Deniel Barry! Naast Frazer Barry en Els Moors is ook Dirk Elst van de partij. Hij maakte samen met Els Moors en Lieven Moors het originele nummer ‘Hoe heter hoe beter’. Beide protestliederen kan je nu al beluisteren op de website van de VRT.

 

auto’s die drijven op een zee van plastiek
naar hete planeten vandaag ben ik ziek

ik heb koorts van de liefde
ik heb koorts van de brand
ik heb koorts van mijn moeder

geen boom op haar strand
is veilig voor ‘t water
dat komt waar het gaat

hoe heter hoe beter
en ja ook op straat

*

zee doet niet mee en is morgen kapot
één chimpansee later en dan ben ik god

ik heb koorts van de liefde
ik heb koorts van de brand
ik heb koorts van mijn moeder

geen boom op haar strand
is veilig voor ‘t water
dat komt waar het gaat (x2)



Met dank aan de Nationale Loterij en haar Spelers.
Met de steun van het Cultureel Samenwerkingsakkoord tussen de Vlaamse en Franse Gemeenschap.

 

 

 

Documentairemaker Dominique Henry trok samen met Dichter des Vaderlands Els Moors langs het kanaal Charleroi-Brussel en dat van Willebroek. Die tocht ondernam hij geïnspireerd door het idee van Els’ en Laurence Vielles Ronde van België. Dit zevende gedicht des Vaderlands vloeide voort uit de tocht langs de Belgische kanalen en kan beschouwd worden als een soort teaser van de documentaire.

 

Het metalen oppervlak van het loodgrijze water

dansend, kloppend, zwaar als een stervend dier.

 

De werkelijkheid die opdoemt als een vingerwijzing

onheilspellend als een boot door dichte mist.

 

Langzaam begint het me te dagen, wat me doet

huiveren, is de gedachte aan een geest die net als de mijne

 

tot alles in staat is, die het totaal van de toekomst

en het totaal van het verleden bezit* net als

 

de naar binnen gekeerde blik van zij die het water

volgen. Terwijl heldere vogels als ruiters op de wind

 

het verborgen licht tegemoet vliegen, beschutting zoekend

onder een brug, zonder daarbij de stroom van de tijd of de tijd van de

 

stroom te onderbreken, blijft elke oever, voor een eenzaam

zoekende blik, twijfelen tussen voor- en achterkant,

 

uitzicht of einder, dag of nacht, waken of droom,

ver of dichtbij, tot het door midden gesneden landschap

 

ten slotte onbeweeglijk oogt: een masker, zwaar als de gesloten deur

van een gevangenis, dat blijk geeft van een verborgen kennis, van een

 

geduldig afwachten, van een onbenaderbare stilte,**

een losgezongen traagheid van de dingen, of een herinnering.

 

Een zinkend schip dat zich niet langer thuis laat

brengen, ook deze plek was ooit van duisternis vervuld.***

 

*  Heart of Darkness p. 36: ‘It would come slowly to me.They howled and leaped and spun and made horrid faces: but what thrilled you was just the thought of their humanity-like yours- the thought of your remote kinshipwith this wild and passionate uproar. (…) the mind of man is capable of anything- because everything is in it, all the past as well as all the future.’

 

**  Heart of Darkness p. 56: ‘The woods were unmoved like a mask- heavy like the closed door of a prison- they looked with their air of  hidden knowledge, of patient expectation, of unapproachable silence.’

 

*** Heart of Darkness p. 5 : ‘And this also has been one of the dark places of the earth.’




Met dank aan de Nationale Loterij en haar Spelers.
Met de steun van het Cultureel Samenwerkingsakkoord tussen de Vlaamse en Franse Gemeenschap.

 

Geschreven naar aanleiding van IJZER 2018, georganiseerd door VONK & Zonen, ter herdenking van de Groote Oorlog.

_



dood jij bent mooier

dan het meisje van barnsteen

dat hier uit de schaduw treedt

zij vangt het licht

 

met haar gezicht maar

jouw glimlach dood

ligt als een dove melodie

te wachten en te waken

 

op alle gezichten die ik zie

en ik verbaas me telkens weer

hoe jij iedereen zult raken

hoe jouw stalen wet

 

door het dichtste duister vreet

hoe elke ijle niet gehoorde kreet

jouw zeis verraadt

 

hoe onder jouw toegewijde blik

en aan jouw bleke zijde

 

niemand ooit nog slapen gaat




Met dank aan de Nationale Loterij en haar Spelers. Met de steun van het Cultureel Samenwerkingsakkoord tussen de Vlaamse en Franse Gemeenschap.

 

Tijdens haar schrijfresidentie in het Zoniënwoud afgelopen zomer, schreef Els Moors gedichten met het bos als primaire inspiratiebron. Deze titelloze reeks werd samen met het kortverhaal Ruisbrousse, waar het licht gehoord werd van Dirk Elst en het project van Horizon+ gebundeld in de gelegenheidsuitgave Ruisbrousse. Een handleiding voor het Zoniënwoud.

 

mateloos diep

en bovenmate hoog

en lang en breed

 

ik voel mezelf

als dolend in de wijdte

van de wind

 

teruggeblazen

naar een begin

niets vindend

 

wat niet al

elders tot leven

wilde komen

 

versplinterd door

een zuiver licht

blind

 

ben ik

beeldloos

rustend

 

in alles wat ondeelbaar

door de wereld

stroomt

 

De ening die de geestelijke mens met god ervaart, openbaart zich aan de geest als zijnde zonder grond, dat is: mateloos diep en boven mate hoog en lang en breed. In die openbaring wordt de geest gewaar, dat hij aan zichzelf door minne ontzonken is in de diepte, onstegen in de hoogte, ontgaan in de lengte: hij voelt zich dan als dolend in de wijdte: het is als was hij wonend in de onbekende bekendheid, als was hij door het gevoel van deze ening aan zichzelf ontvloten in de eenheid, en door alle sterven heen, verzonken in het levende leven van God.

 

p.35 uit ‘Vanden blinckenden steen’, of Het mystieke zoonschap. Oorspronkelijke tekst met iuxta-vertaling in modern Nederlands

Jan van Ruusbroec: Ruusbroec Hertaald (9 delen)
ed. Lannoo, Tielt / Bussum, 1976-1981
vert. dr. Lod. Moereels S.J.

 

Hieronder lees je het vervolg van de gedichten. De volledige publicatie Ruisbrousse. Een handleiding voor het Zoniënwoud vind je hier terug. Het luisterspel van Dirk Elst en Els Moors kan je hier integraal beluisteren. De Engelse versie van het boekje lees je hier.

 

terwijl ik wandelde

verplaatste ik mijn stap

ik liep in mij en met mij

liep mijn lichaam voort

 

en alles wat ik wist of zei

was voorbereid om

in dit zijn van mij

te zijn

 

de zon schonk licht

in cirkels op de grond

en de schaduwen van bladeren

weefden er wakende patronen bij

 

klaarwakker droomde ik

mijn kindertijd zolang ik mijn stap

voor kon blijven zou ik de eerste zijn

van mij die aan zou komen

 

pas toen ik moe geworden

mij vergat ontdekte ik de kracht

de breekbaarheid van dat wat zich

zonder mij

 

had voortbewogen

 


 

de zon in is de zon gaan staan

de maan staat in de maan

en elke stuiterende ster wist als de bezem

van een heks de sporen uit de bedden

 

waar ik onwetend slapen ga

 

de wereld slaat een stroeve droeve maat

en vlucht voor wat haar stokken doet

toont geeuwend haar eeuwenoude mond

hongerig naar wat ons verslinden moet

 

nog is het niet te laat! dezelfde wind

die woedend door de bomen zingt

waait de duizelende vlinder vrij

stookt in het vuur van eenzaamheid

 

mijn eigen trage vleugelslag

zodat ik aan zijn zijde blijf

 


 

hoor hoe een vermoeide

merel zingt

hoe tussen broze bomen

’t geluid van donderend

metaal weerklinkt

wat weerloos is

is dat wat trilt

op de snaren van

het eerste instrument

ik weet niet wat het is

maar al mijn wildste dromen

worden op die ene melodie

 

getemd

 


 

ik zoek een stilte die traag is

complex als de woonzone

van waterhoen reiger

vis en eend en aan een

oever de laatste kleuren

die ’s avonds tussen de

schaduwen ontvlammen

 

het zomerse paars en

geel van de hoogste

bloemen het giftige rood

van de uitgebloeide

aronskelk her en der

langs het pad gestrooid

 

geen mens die hier

wat te zoeken heeft

kon ik mijn sporen

maar onhoren

kon ik dit wachten

verzachten

 

kon ik niet zien

wat ik schrijf

 


 

aan de wilde wateren van de carwash

staat de danser van het vege teken

met een mond vol geeuwhonger

te wachten

 

op de oerknal

 

als een stervende schildpad

het luchtruim doorklieft

vliegt een vlinder in milde wind

op tranen gestookt

 

licht alles wat bleek is

de witte hielen

tevergeefs de door een man

gescandeerde vrijheid

 

van een koerende duif

de stropers van honing

aan de lippen

van verwilderde bloemen

 

met volle wangen

wuift eerstdaags

de winst

 

de grote papiervanger

gooit de zon naar de zon

de maan naar de maan

 

en de laatste mens

naar de laatste

stuiterende ster

Geïnspireerd op Haydn, de novelle ‘Lenz’ van Georg Büchner en Jezus Christus’ volgende woorden: ‘Vader vergeef hun want ze weten niet wat ze doen’

 

in deze bergen wil ik sterven

maar nog loop ik

op het hoofd

met mijn tenen in de mist

 

dit grauwe bos beeft onder mij

en kon ik de natte aarde bij de kachel zetten

binnendringen in de stormen

van t’heelal ooit alles in mij zuigen

 

met wijd gesperde open mond

 

ik zou voorover buigen

maar als ik ga liggen loopt de aarde

van me weg klein als een dwaalster

 

verdwijnt zij

in een grote stroom



_

Met dank aan de Nationale Loterij en haar spelers.
Dit gedicht maakt deel uit van een cyclus gebaseerd op de zeven laatste woorden van Christus. Die cyclus maakt deel uit van de voorstelling HAYDN, die op 3 augustus in première gaat op Theater Aan Zee. 

 

In opdracht van Dichter bij Beeld Middelheim bij het werk ‘Badenden‘ van Luciano Fabro.

 

we gingen er tot aan onze witte lakens in

niet verder we vloeiden voor de wereld

zoals een steen in rimpelend water

zweeft

 

en telkens als het avond werd

begonnen we bloedend

te bederven

wat ons ’s ochtends leven deed

 

het licht dat ons ooit tot dit spel bewoog

zelf misselijk geworden sloot de ogen nu

tot in het schuim der leegte ook

’t fijnste licht verdween

 

ik zie me daar nog zitten neergezonken

in de breedte van dat water

zo somber loopt de zomer

van ons weg

 

ach ik zal de tijd niet stoppen

die hier elke keer opnieuw

nieuwsgierig in dit zwarte water

blikt

 

en ook uw gezicht dat spiegelt

wat het mijne wil

wil ik niet weren

uit mijn klein maar vastomlijnd bestaan

 

tot aan mijn middel blijf ik

in uw zwaarte wezen en

ik meer mij ook vandaag weer

in uw diepe vijvers aan

 

en zingt de eeuwigheid

dit machtig herfstlicht

een mistig lied

dat alles stoppen doet

 

dan ril ik

of ik laat mij door u beven

tot ik samen met u

sterven moet


_
Met dank aan de Nationale Loterij en haar Spelers.

 

mijn stad is van de maan
van corona en havana en van eenzaam
slapen gaan van de overkant van het park
waarin de zwanen lachen

 

van het opstijgende vliegtuig
de vuilniszak het doorgeefluik
van de brasserie van verslavingen die de
staatskas spijzen

 

van roet op vensterbanken
van verweesde kinderen die zich
voeden met cola gojibessen en tussen
de door de wind verweerde woontorens

 

zitten te wachten op een tram
van het mediaspektakel tot aan de volgende ramp
van vrouwen die de taal van de veroveraar
nasaal in de mond hebben genomen

 

maar wie leert onze meisjes naakt
te praten niet besmeurd door kapitaal
afwasmachines mixers warenhuizen
wie kent de vijftien manieren

 

om een sinaasappel te eten
kijk me niet in de ogen ik draag gucci
mijn stad is een hit and run van eerst de zon
en daarna een kille bries

 

overweeg ik hoe ik
voor de dag wil komen
ik neem de aanzet van de glimlach
die ik ooit voor jou bewaarde

 

en strooi hem kwistig in het rond




Met de steun van de Nationale Loterij en haar spelers.

 

1


مدننا هي في المطر عند سقوط الرماد

يعيشون في العاصفة مثل الضحك الرنّان

 
في هذه الزاوية من الشارع نبني الدار

 جَرَى انقسام الجدران

 
جارنا صديقنا

  تسمم الكلب بازئبق البلوط

 
الممتلكات التي تساوي  قيمة المُمْتَلِك

 ألا شجار في محيطنا تظل طَرَشًا لأي طلب ظالم

أخضر في فصل الربيع مثل وسم الحيوانات الصغيرة

يقفون مُصْفَرّ كجريمة في حَقْل بذور اللفت

 
تاريخنا هو تَوْثِيق مُسَيّر بلبلْبلة التي ولدت من الوقحة

من الأشخاص المهمين والأشخاص أقل الأهمية

استغلال الضوء الحر

في إعْتِبَار  الناس المُجْبر ين

الإيقاعية المرْجوّ من أَناشِيدنا

عصير من ألياف الورق


2

 
في البيوت مثل بيوتنا النزاعات القبلية تصارع بِالمَقْلُوب

 
لتسلق على تَلّ  فحم يكفي أن

١ أن تغمض عينيك و ٢ أن تسْتحْضر ولادة تَلّ في ذِكْرياتك

 
  نتمنى لمدينتنا حيوانات مرسومة على الجدران التي تجلب حظا سعيدا لسكاننا الذين ينامون في الخيام

ابن الشرطي الدي يراقب عدد الدقائق التي يمكن لنا خلالها الوقوف بدون اتهام بالغوغائية

 
مدينتنا هي سافانا

وكدلك عتزل مرارا وتكرارا أجيال عن أجيال

لا يمكن هدم المنازل والمصانع

تدفّقات النقود مثل الماء من الباب الخلفي

 
وهو الذهاب والاياب  الوافدين الجدد الذين يختبئون عن بعضهم البعض

   هناك دائما أحد في المنزل في مكان حيث لا يمكن الاِكْتشف عنه أو عنها

 
3

 
في بيوتنا يستمر الشفق

عندما نرفع الحجاب نختفي في حزن ضوء أراضينا البعيدة

نسقط بين التجاعيد الزمن

 
بينما التقطت أطفالنا من باب إلى باب با طريقة الساحر الفئران المحجوب

 
 تجسس عنهم  اسْتِعْراء بعد المدرسة في الغابة ليست بعيدة عن هناك

 يتجمعون في الشارع لمشاهدة التلفزيون الوحيد
عبر نافذة الجار

 
قدوة مهاجرينا فضض النوافذ بواسطة التعليق دنْتِيلا

 
في مدننا با الطرق المتقاطعة والتَّعابُر

 شمسنا تنقش  كل المحاور المكانية والزمنية

الانتقال من مكان إلى آخر

ليس أكثر تعقيدا

 
كا وضع جسر فوق المسارات

 
بشرط أن نعلم كيف نتلقى

 الضوء باجانبين وجهنا الغريب


4

 
نحن نعيش في منازل التي تمتد مثل أحواض الاستحمام كل شيء له معنى وهو جزء من قصة

 
 بينما الأب والأم يرفرف عبر المنزل مُتَأَخِّر

 
ابننا يتكئ على الجدار مثل الكازاخستاني فخور من لَوْح كرتونيّ

في الليل الزهور تزدهر مثل الفتيات من النوافذ

 
كل شيء على مستوى العين أو أقل بقليل

 
لدينا ملاك يركز علينا

امرأة تقول أنا سأريكم كيف تموت نساءنا

 
هل تريد أن نحرك الجسر؟

كذلك يترجم نهر نا شخيلت مثل الحلزون

 
بينما شعراءنا تجهّمت وجوههم بطريقةٍ عسِيرة

سائقي شاحناتنا يزرع البطاطس على الزَفّت

نرسل إلى أهْلِنا صور الفراشات على غطاء المحرك السيارة


5

 
لم توقفنا عن الذهابا والايابا مثل دب في قفص نحن نعيش في القوارب كما في سيبيريا على مواقد النار كبيرة

 
طرق أخرى للبقاء دافئا عناصرين التدفئ أمام وخلف تَنُّورَةٌ أمي

الأب والأم يقتربا، وضع أنفسهم، أمام مو قد النار، رفع ملابسهم، عرض بعضهم البعض بطونهم العارية

 
قبطان سفينتنا يبقى في الأعلى ويشاهد الأغنام محبطا لآنه غير قادر على هذا

 الترتيب: أن يحب-أن يقتل- أن يأكل

 
بحّارة سفينتنا يغنيان حتى الفجر

 بالخطأ يسلقنا التل بالدراجة النارية الصغيرة

 
بعد ذلك العجلة الأمامية ستمرت الدوران في الهوى مهْجورة

 
سقطن على الأرض ينظرنا إلى النجوم ويفكرنا في الزجاجات بِيرة المقبلة التي تجد في الثلاجة

 
رسامونا ينطلق من فكرةٍ ثم يستسلم أنفسهم إلى متطلبات الجاذبية

للتمييز بين الحمأة والطين

ترفع السفن باستخدام المصاعد

 
6

 
هل تريد أن تعرف أين نعيش

 
نحن نعيش في قرب وعلى مدى ميوز

  نحن نسبح على التلال مع أصدقائنا

 
كان زمانا حيث كن لم نخجل عن فقرينا

 
كانت هناك ثلاثة أنواع من مربى الفاكهة على الطاولة

برقوق كشمش والراوند كلهم صناعة مَنْزِلِيّ

 
كان الأب صوتا

الذي كان يخاطبنا عبر جميع كتبنا


7

 
عند أقدامنا هناك ماء

 
وعند أقدام الماء هناك سكة حديدية

 
وعند أقدام سكة حديدية هناك محطة للطاقة النووية
وعند أقدام محطة للطاقة النووية هناك أكوام كبيرة من ورق تنتظر

أن يأتي التقطهم

فجأة يبدو لنا الضرورة  التحديد الحظة حيث يتم تحويل الهندباء

 
عندما تصبح كرة من زغب

هناك مرحلة في ما بينهما

 
لدينا جميع الموهبة لجمعنا

 
 أطفالنا يستمر واقفين صامدين

 
ولكن ليس هناك سبب لنفرح

يجب أن يختبئ في المنعطف المقبل

وان يبين أسنانهم سواء كان ذلك مناسبا أم لا

في الصباح وفي المساء نعزف بعض الحبال على غيتار أعرج

نحن نوضح أننا موجودون وأننا مشغولون بفناء

 
8

 
كنا في كل مكان

وقررنا أننا لا نستطيع البقاء في أي مكان آخر

 
هذا هو المكان الذي نغرق جذورنا في الأرض

 
نعم نريد البقاء

 
مثل الخشخاش أحمر ودموي و لعوب طائش و مليئ بالحيل

 
مثل الصياد الذي يحفظ الطعم في فمه لسنوات

شبابنا يتغذى في المربع بالمربع و البيرة

 
في وعاء من الحليب

 
نبقى نشْتهِي إلى الكلمة الأصِيلة

 
نحن نتوسط بين الأخدود

وكيفية الهروب

نجهل الحدود

في مملكتنا الوهمية

1.

onze steden liggen in de regen als de as valt
zij wonen in de storm als een schallende lach

op deze hoek van de straat zetten we het huis neer
is het een open-splitsen van de muren

onze buurman onze vriend
vergiftigde de hond met het kwikzilver van eikels

bezit evenwaardig aan de waardigheid van de bezitter

de bomen in ons landschap blijven doof voor alle onredelijke eisen
groen in de lente als de sproei van jonge dieren
staan zij in een koolzaadveld geel als een overtreding

onze geschiedenis is een georchestreerde registratie van de uit
onhebbelijkheden geboren chaos

van belangrijke en minder belangrijke personen
de uitbuiting van het vrije licht

in de ogen van onvrije mensen
de ritmische noodzaak van onze liederen

uit de vezels van het papier geperst

2.

in huizen zoals de onze worden de stammentwisten
achterwaarts uitgevochten

om een terril te beklimmen volstaat het om
1. de ogen te sluiten en 2. zich het ontstaan van een heuvel te herinneren

wij wensen onze stad dieren op graffiti-muren die geluk brengen aan onze
bewoners die in tenten slapen
de zoon van een politieagent die waakt over het aantal minuten dat je stil
kunt staan zonder dat er sprake is van een samenscholing

onze stad is een savanne

en zo wandelt de ene generatie telkens opnieuw weg van de andere
huizen en fabrieken kunnen niet worden afgebroken
geld stroomt net als water aan de achterdeur naar buiten

het is een komen en gaan van nieuwkomers die zich voor elkaar verbergen
er is altijd iemand thuis op een plek waar hij of zij niet kan worden
gevonden

3.

in onze huizen duurt de schemering

als we de sluier oplichten verdwijnen we in de melancholie van het licht
uit onze landen ver weg

we vallen tussen de plooien van de tijd

terwijl onze kinderen in plukken van deur tot deur
worden opgehaald door een onzichtbare rattenvanger

na schooltijd in het nabij gelegen bos
door een exhibitionist worden begluurd

op een hoopje op straat naar de enige televisie staan te kijken
door het raam van de buurvrouw

verzilveren onze model immigranten de ramen
door er kloskant voor te hangen

in onze steden van kruisingen en kruispunten
doorklieft onze zon alle tijd – en ruimteassen

de overgang van de ene plaats naar de andere
is niet ingewikkelder

dan het leggen van een brug over de sporen

op voorwaarde dat we met de twee kanten
van onze vreemde gezichten het licht weten op te vangen

4.

wij wonen in huizen die zich uitstrekken als badkuipen alles heeft
betekenis en is onderdeel van een verhaal

terwijl vader en moeder de laatsten zijn die door het huis dwarrelen

staat onze zoon als een trotse Kazach van bordkarton tegen de muur
de bloemen bloeien ’s nachts als meisjes door de ramen

alles is op ooghoogte of er net onder

we hebben een engel die zich over ons heen buigt
een vrouw die zegt ik zal je tonen hoe onze vrouwen sterven

zullen we de brug verplaatsen?
zo vertaald lijkt onze schelde op een slak

terwijl onze dichters moeilijke grimassen trekken
kweken onze vrachtwagenchauffeurs aardappelen op de tarmac

we sturen foto’s van de vlinders
op de motorkap naar het thuisfront

5.

als we zijn opgehouden met ijsberen wonen we in schepen
als in Siberië op grote verwarmingsketels

andere manieren waarop we ons weten warm te houden
twee verwarmingselementen aan de voor en achterkant van moeders rok

vader en moeder lopen naar elkaar toe, gaan voor de kachel staan, tillen
hun kleren op en tonen elkaar hun blote onderlijven

onze kapitein blijft boven en kijkt teleurgesteld naar de schapen
hij is niet in staat om in die volgorde -te houden van -te doden -op te eten

onze matrozen zingen tot aan het ochtendgloren
op kleine bromfietsen rijden ze verkeerdelijk een heuvel op

waarna het voorwiel van hun voertuig
eenzaam in de lucht blijft draaien

op de grond gevallen kijken ze naar de sterren
denkend aan de volgende fles bier in de koelkast

onze schilders vertrekken van een idee en geven zich daarna
gewillig over aan de eisen van de zwaartekracht

slib van modder te onderscheiden
schepen op te tillen met behulp van liften

6.

je wil weten waar we wonen
we wonen in op aan en over de Meuse

je wil weten waar we zwemmen
we zwemmen op de heuvels met onze vrienden

er was een tijd dat we er ons nog niet voor schaamden
dat we arm waren

er stonden drie soorten confituur op tafel
pruim aalbes en rabarber alle zelfgemaakt

vader was een stem
die uit al onze boeken sprak

7.

aan onze voeten ligt het water
en aan de voeten van het water ligt de spoorweg
en aan de voeten van de spoorweg ligt de kerncentrale
en aan de voeten van de kerncentrale ligt het papier in grote stapels te
wachten

tot het zal worden opgehaald

plots lijkt het ons noodzakelijk om het moment te bepalen
waarop een paardebloem zich transformeert

tot een bol pluisjes
is er sprake van een tussenfase

we hebben allemaal de gave
om ons te verzamelen

onze kinderen houden zich rechtop

maar dat is geen reden tot vrolijkheid
zij moeten zich schuilhouden in de volgende bocht

en laten te pas en te onpas hun tanden zien
’s ochtends en ’s avonds spelen we enkele akkoorden op een
gammele gitaar

we maken duidelijk dat we er zijn
én dat we bezig zijn om te verdwijnen

8.

we zijn overal geweest
en we hebben besloten dat we nergens anders kunnen blijven

hier steken we onze wortels in de grond

ja we willen blijven

zoals de papavers rood en bloederig en lichtzinnig en vol van uitvluchten
zoals de visser die het aas jarenlang in de mond bewaart
onze jeugd laaft zich in het vierkant aan het vierkant en aan het bier
in een kom melk

onaangeroerd is het woord waarnaar we blijven verlangen

we bemiddelen tussen het dal
en hoe er aan te ontsnappen
onwetend over de grenzen

van ons dromerige rijk

 

 © Guy Kokken

coNtact opNemeN

Abonneer u op onze nieuwsbrief

Franstalige contact

Charlotte Poncelet
Maison de la Poésie et de la Langue française

*

 +32 (0)81 22 53 49
charlotte [@] maisondelapoesie.be

Nederlandstalig contact

Lerne van Kesteren
Poëziecentrum

*

+32 (0)9 225 22 25
lerne.vankesteren [@] poeziecentrum.be

De Dichter*es

Lisette Lombé

Mustafa Kör

Carl Norac

Els Moors

Laurence Vielle

Charles Ducal

De partners