van Laurence Vielle, Dichter van België van 2016 tot 2018.
Brussel met je bistro’s die op korte winterdagen stralen
als vuurtorens bij de zee je komt je er warmen Brussel het
vrolijke veeltalige Brussel wil ik omarmen je zegt sjoeke
couque manneke dikkenek en fritkot Brussel waar mensen
de verguisde helden van de grote oversteek zich weren
Brussel waar gedichten alleen op regendagen
op kasseien verschijnen Brussel mijn hart verkruimeld
langs de sporen ik loop met reuzenpassen ik doorkruis de
stad ik verken al je assen koester me in je kleinste hoekjes
Brussel streel me onder je lage luchten maak me dronken
benedenstad geborgen in je onderbuik geheime krochten
onder het Justitiepaleis reusachtige roomtaart schieven
architect zonder plan voor de toekomst alle mensen zonder
papieren kunnen er schuilen Brussel met je fietsen zonder
paden met je files stop me in je handtas en neem me mee
Brussel met je meeuwen die ‘s winters terugkeren de zee
uitspannen met hun vleugelslag noordelijke miezel en
weemoed in het hart Brussel met je bomen die worden geveld
met je parken die verdwijnen met je vossen die ’s nachts
door de steegjes stuiven Brussel met je doucheFLUX Brussel
dat de stukjes nog bijeen weet te houden van een puzzel
die door de vingers van vratige ministers wordt verkreukt
Brussel van de koning de koningin van de prinsen en
prinsjes Brussel van de parkieten groene pijlen Brussel waar
onze lijven dansen op het ritme van alle kansen Brussel
waar vreemde zolen nieuw zaad strooien om de ingedutte
gezichten op te fleuren stad van water van ommuurde
kanalen van holle frasen als België zou verdwijnen zal
Bruxelles met zijn vlammende vurige talen er nog altijd
zijn het water is van iedereen mon ami mijn vriend my
friend kom je er laven Brussel van de ondergrondse trams
van verdwenen gele walvissen Brussel met je negen bollen
met je striphelden die de muren beklimmen Brussel met
je spruitjes die nog altijd bij de Hallepoort groeien met je
schattenjagers tussen de kasseien van het Vossenplein met
de Greenwich van weleer schaakspelen kun je nu van twee
tot elf in de Sint-Gorikshallen Brussel met je belladones
van de Huidevetterswijk Brussel met je uitgestelde koffies
Brussel gebarsten stad vol gaten Brussel bouwwerf stad
zonder tunnels met je duizenden soldaten trop is te veel
Bruxelles XXL Brussel XXSmall een paar passen en je staat
in Marokko een pas nog en hier is Matonge, nog een en
daar is de Chinese markt zet nog een pas en je bent in
de haven vloeit de Zenne Brussel van de zinnekes van alle
parades hart boven hard de hele wereld passeert in het
vergiet van Europa Brussel van de technocraten Brussel
met je boetieken je gedichten je nachten waar de dag
binnensijpelt je dagen waar de nacht binnensijpelt waar een
pijp geen pijp is de lucht in de vogels vliegt Brussel waar
Cliff Rimbaud en Verlaine lopen Zuidfoor een knal een
schotwond fritkoten en een pakske smoutebollen geif ma
ne kie oenderd balle? Brussel van de roze neonlichten en
mijn lief loopt er voor altijd rond Brussel van de treinen van
de dagelijkse slameur van hele horden Europees werkvolk
Brussel ze moeten je schilderen ze moeten je zingen dansen
vertroetelen oplappen grote volkstuinen moeten je groener
maken voor elke idiote uitspraak van een politieker moet
een nieuwe boom groeien de stad wordt zo een bos waar je
longen kunnen bloeien ik zeg je allez Bruxelles met je non
stop overscherende vliegtuigen Bruxelles tegen de stroom
in met de stroom mee Bruxelles van elk stel benen van de
stapper de wandelaar de flaneur Brussel tag er je dromen
met hele stromen het is van jou of het is voor jou je lied je
stem je adem je stappen maken Brussel tot vrij gebied ik
doop je vrijstad ah non peut-être? stad van dichters stad
van franke gezichten van open harten van passanten die
slenteren op straat sluit je niet op dat is slecht voor je ogen
Bruxelles is nog altijd een blanco blad en je beschrijft het
dit blad is voor jou Brussel ik hou van jou
Ik heb het Huttebos ontdekt in mei 2017, tijdens de Ronde van België (*). Terwijl Els Moors door Wallonië trok, liep ik Vlaanderen af. Tussen de Belgische wijngaarden van de Monteberg en Komen-Waasten stonden op een zwart-wit afbeelding de gezichten van de Duitse of Britse soldaten van het Huttebos. De Eerste Wereldoorlog, december 1914. Het kerstbestand. Een voetbalwedstrijd. En daarna weer oorlog. We staan nu aan het begin van 2018; honderd jaar geleden kwam er een eind aan de Eerste Wereldoorlog. In deze kersttijd knoopt mijn gedicht weer aan bij vrede. De hoop op een bestand diep in elke oorlog.
(*) Waarvan de laatste voorstelling doorgaat in Passa Porta op 24 januari 2018
–
Albert Alfred William Julian Thomas Ernest Edward Neil Robert Henry
Adam Norbert Mark Kamel Markus Patrick Rudolf Ralph Stephan Gunther
Werner Johann
Gedicht van de voetballers van het Huttebos
schot in het doel/schot op de flank/schot met los kruit/schot in lillend leven
schiet maar schiet schiet dan toch
Huttebos
Eerste Wereld/ oorlog
schiet maar schiet schiet schiet dan toch
goal goal goaaaal!
Kerstbestand/ Duitsers Engelsen/ kriskras door elkaar
in ploegen voetbalploegen
balspel/doodsspel/liefdesspel
is het sterkst
schieten moeten jullie/ kogels afschieten/blijven schieten
zeggen de oversten/ van het hoofdkwartier
jonge lijven/ in ploegen kriskras door elkaar
ze nemen de vaderlandse kampen weer in
vuistslag/krachteloze slag/hoekschop
strafschop/voorste/achterste gelederen
Huttebos/ doelschot
afgematte lijven/ vallen/ aan de voet van
de soldaat/ ploegmaat
in een voetbalspel
Kerstbestand/ kort bestand
niemand wil/ oorlog
meneer de militair van het hoofdkwartier
wij we zijn jong en knap
we spelen liever voetbal/schieten liever in het doel
dan in het lichaam/van mijn vriend/voetballer
Huttebos
balspel/doodsspel
behoud het spel/ om je te redden/ uit het noodlot
behoud het spel/ diep in je hart
om je te redden/ uit het noodlot
speel dan toch zeg ik je
speel/ speel als één man
speel speel dan toch
je moet spelen spelen/ en oorlog
oorlog meneer de generaal
oorlog speel ik niet.
–
In het Nederlands vertaald door het Vertalerscollectief van Passa Porta (2017)
L’avocate a dit
ils sont là depuis 12 ans
leurs quatre enfants ne parlent que français,
c’est vrai, ils sont tous nés ici
mais illégaux tous
des comme eux y en a plein
alors pourquoi voudriez-vous que monsieur T.
se préoccupe de vos amis?
l’avocate a dit
la seule chose à faire
c’est rameuter l’opinion.
Alors moi je crie
bouteille à la mer
flessen aan zee
Flaschen im Meer
Toi qui lis ce poème
neem een lege fles
prends une bouteille vide
neem een papier en iets om te schrijven
et lance lance gooie gooie
dans la grande mer du monde
ta bouteille à la mer
mes amis s’appellent
AFRIM REJMA
je vrienden qu’on veut expulser du pays
s’appellent autrement, hebben andere gezichten
Noordzee is wijt
il y a quelques poussières d’années
de zee roulait roulait tot aan je voeten
jusque Bruges tot Brussel
rolde Noordzee
to Bergen en Arlon
roulait la mer du Nord
jij die dit gedicht leest
toi qui entends ces mots
regarde la terre depuis l’espace
kijk naar de aarde vanuit de ruimte
nous habitons in het zelfde stofdeeltje
dérisoires frontières grenzen van onze hoofden
toi en jij en jij en jij
ensemble nous sommes de artisten van de wereld
dans ta lege bouteille
je plaatst een boodschap
papier voor zonder-papieren
appel à dignité
liefdeswoorden et mots de bienvenue
tu demandes que mes amis
Afrim Rejma les 4 enfants
soient geregulariseerd
parce que s’ils ont traversé
les guerres les mers les affres de leur vie
om hier aan te komen
ze hebben zeker kracht en zon
te geven aan ons land
après tu déposes la bouteille
voor de deur van Théo
VOICI UN PAPIER POUR
AFRIM REJMA
SANS-PAPIERS
Diversiteit is het leven
il n’y a qu’une seule terre Er is maar een aarde
oui, de tijd is daar
où la mer graf van reizigers
klopt klopt op onze deuren
je crie ik schreeuw bouteille in zee
Flaschen im Mer
flessen à la mer
mer où tremblent les coeurs
des milliers de noyés
qui cherchent nos rivages
demain zal jij het zijn
morgen ça sera moi
ce visage qui me dévisage
is al mijn gezicht
sauvons notre humaine misère
en schreeuwen !
Flessen in zee
Flaschen im Meer
BOUTEILLES A LA MER !
et dansons samen
ensemble laten we dansen
zoals de vagues
Zeg eens,
is er een dode aan wie je soms denkt?
komt hij bij je bezoeken?
praat je zo nu en dan met hem?
ken je de naam van je voorouders nog?
voel je je met ze verbonden?
is er een gestorvene die jou in het bijzonder bewoont?
is een deel van je met hem gestorven?
graaf je hem soms op?
zing je een lied voor hem?
bid je?
dank je hem?
tooi je hem met zijn mooiste gewaden?
welk offer breng je hem?
richt je een altaartje voor hem op?
wat leg je op dat altaar neer?
waar staat dat altaar?
stof je een foto af?
zoek je naar een lijst om hem in te lijsten?
praten jullie met elkaar in je dromen?
vind je een bijzonder ritueel uit om zijn leven te eren
wat helpt je te leven met de afwezigheid van de levende die je hebt liefgehad?
bewaar je nog een paar zaken van hem die vroeger leefde?
waar bewaar je die?
schenk je hem je tranen?
wat doet je lachen als je aan hem denkt?
probeer je zijn geur terug te vinden?
denk je aan hem op een bepaalde dag in het jaar?
zonder je je af om aan hem te denken?
ken je nog een zin die hij je zei?
een zin die je weer kracht geeft?
wat geeft je kracht als je aan hem denkt?
welk gebaar maak je om hem te groeten?
welke plek kies je uit om met hem te praten?
wil je alles uitgommen alles uitwissen af en toe?
soms lijkt het moeilijk verder te gaan als de afwezigheid onderhuids nog schrijnt.
ben je liever alleen als je hem weer wilt vinden of deel je dat moment met anderen?
houd je halt en drink je een glas water, een glas wijn? rook je een sigaret?
schrijf je hem een brief die je midden in een bos verbrandt?
welke boom lijkt op hem? sla je je armen eromheen?
leg je bloemblaadjes neer op een weg waar je met hem liep?
bewaar je de woorden die hij je schreef tussen de bladzijden van een oud boek?
zoek je naar wolken die de vorm van zijn gezicht aannemen?
voel je zijn aanwezigheid nog in je lichaam?
hoor je vanbinnen nog steeds zijn stem zijn lach?
loop je in de schaduw of in de zon?
zet je je raam open om de lucht op je huid te voelen?
blijf je soms lang roerloos liggen, omdat de afwezigheid zo pijnlijk is?
hoe wen je aan de afwezigheid?
geeft de gestorvene je soms vleugels?
zing het lied
maak het gebaar
denk aan het voorwerp
richt het altaar op
wees dankbaar en koester de tijd die je samen doorbracht
stilte
de leegte is niet leeg
we weten dat ja toch?
geloof jij dat de leegte de plek is waar alles kan?
houden van een dode is misschien
de kunst om de leegte te bewonen
gebaren uit te vinden die ons
in dankbaarheid
verbinden ons de levenden
om vol liefde te houden van de mensen om ons heen
in te zien hoe heerlijk het is in de wereld te staan en de warmte van wie leeft te voelen
de wegen te bewandelen
te kijken hoe de vleugelvruchtjes van esdoorns vliegen in de lucht
neem de tijd om je dode te eren, zo breng je hulde aan het leven
21 maart, Wereldpoëziedag,
in deze sombere tijden van uitzettingen waarin steeds meer grenzen worden opgericht
Kies voor een huis van de poëzie!
Vul je huis, vul je leven
Met poëzie!
–
ij die in ons land
denkt te kunnen beslissen
hoe de migratie moet lopen
wie blijft wie binnen mag wie weg moet
jou wil ik zeggen
dat België wordt overspoeld
door een ruime, zachte en onstuitbare
poëziebeweging
een seismische golf;
we zijn met steeds meer mensen,
van wie het wezen ontwaakt
dankzij het gedicht.
Weldra zijn we met 10 miljoen
wij dichters van dit land;
de woorden verlangen welkom en opwelling
aanwezigheid openheid verzet
trillen in onze talen
om zich in een grondwet te vertalen;
we vervangen het woord grens
door welkomslinie
we willen dat de scholen van het land
heerlijk meertalig kunnen zijn
en dat elk kind van hier
de kunst leert van vrede en poëzie;
we willen ook
dat je de stad in gaat en
de boodschap hoort van de passant
de wandelaar, reiziger of slenteraar;
we willen dat géén inwoner hier
kou of honger lijdt,
we willen dat de wind die door ons waait
de kracht wordt van ons licht;
wij, de 10 miljoen dichters,
willen dat met heel ons hart.
Ik wil je zeggen
dat niets ons tegen kan houden
het leven
te willen;
onze zachte onstuitbare
seismische golf
is een taal van vuur, dagelijks
aangewakkerd door de vele reizigers uit andere oorden;
en we willen
dat elke inwoner van dit land
op de deur van zijn woning
– huis boom appartement
auto tent of hut –
dit bord ophangt
DOMO DE POEZIA
Minstens een keer per jaar
kun je er dichterwoorden horen
door het open raam
wezenlijke woede
tegen het doven van het licht.*
–
https://www.facebook.com/domodepoezia/
Laatste nieuwjaarswens.
er zou/ zal een gebouw
komen midden in de stad
waar de thuislozen onderdak vinden
op zijn minst 400 of 500 thuislozen.
Zo is er het project ‘Douche Flux’ dichtbij station Brussel-Zuid
dat we in deze rijpdagen zeker moeten steunen
–
De handschoenentijd is begonnen
handschoenen van voorbijgangers
geen nood zegt Momo
op het terras van de Union
het is handschoenentijd
eenzame handschoenen handschoenen voor niemand
dode bladeren op de grijze plavuizen
open handen van de arme sukkelaars
opgerold in de holte van de portieken
de wensen uitgerafeld
in het witte ochtendkrieken
elektrische lichtjes doven uit
op weg naar school
verloren handen van de bedelaars
verkleumd op het asfalt
voor iedere handschoen verloren
een bericht gezaaid
in de buik van de winter
het is handschoenentijd
handschoenen van voorbijgangers
wensen van de breekbaarste mensen
zeg geef mij onderdak
een dak geef mij onderdak
om niet van kou te creperen
een onderdak waar ik kan zitten
waar ik kan eten
waar ik mij kan ontlasten
een onderdak waar ik mijn moeë plunje
kan wassen
mijn zere lijf
een dak ja een dak
doe toch iets
jij
voor mij
maak je niet uit de voeten
geef mij onderdak
of ik word
een wrak
kijk me aan
ik heb het koud
–
Nederlandse vertaling: Vertalerscollectief van Passa Porta, 2016.
Ik schrijf je uit een land waar de noordpool op drift is geslagen
motoren verpesten de lucht
en kleuren onze longen zwart
kinderen draven in de schermen
dieren worden in ijltempo geslacht
om onze pensen flets vlees te voeren
we kopen verbruiken gooien weg
de tijd vliegt vliegt en vliegt
we maken het wapen dat ons allemaal uit zal roeien
gewoon door een knop in te drukken
we verdelen de planeet met onzichtbare lijnen
die je niet mag overschrijden als je asielzoeker bent
we dromen ervan de ruimte te veroveren
om een andere aarde uit te hongeren
onze broeders sterven van honger en van kou
op de trottoirs van de rijkemensenlanden
oudjes creperen in sterfhuizen
het water het mooie ruisende water
wordt gefilterd om onze dorst te lessen
In je hart dat morgen zal kloppen
zal iets van mijn hart zingen
zing ja zing het morgen van vandaag
je leest deze woorden omdat je leeft
vier het leven dat verstrijkt
loop loop trek over de wegen
en hou ja hou hand in hand met alle anderen
van de wereld die jou toebehoort
en vind met je lippen en je adem
de woorden uit van je gedicht
lichtend vlees voor de kinderen van morgen.
vind je echt dat dit kan / ? /
12 / sans-papiers /
tegenover
200 gewapende agenten 20 politiebusjes 10 honden 1 helikopter /
oog / in / oog /
gepantserde / gezichten / tegenover / sans-papiers /gezichten /
12 vreedzame / mensen / niet de terroristen / voor wie /
de zware artillerie / mijn jouw onze stad / doet daveren /
nee
12
mannen / in de zachte nacht / uit bed gesleurd /
men rukt hun deur los / men rukt hun povere wortel uit / die ze trachten te poten / in grond mijn jouw onze grond / door dik en dun / geschonden schuiloord / men rukt hun uitgemergelde gezicht af / dat ze proberen vast te leggen / op papier / om vrij / te leven /
12 / vergrendeld / in gesloten centra /
sombere tijden
ik denk aan de sombere tijden / die mijn ouders hebben gekend / waarvan ze hoopten dat ik ze /
nooit / zou kennen
wat is dit land / waar ik jij leven / waar wij leven /
een schreeuw
we moeten schreeuwen / nee / dat niet
levens
tegen levens
schreeuwen voor de levens
dat het de kinderen
van mijn land bezeert
de lucht van mijn land
het hart van mijn land
mijn taal stottert in de sombere tijden
waar van de ruimte tussen mensen
slechts zielloos kwijl overblijft
van welk land ben ik de dichter
ik vertel het je morgen wel
het land waar ik van droom
maar zeker heel zeker
niet dit land
–
Vertaald door het Vertalerscollectief van Passa Porta (2016).
Ochtend over Brussel
ik wandel tegen de stroom van alle arbeiders in
die uit de trein stappen
golf van gehaaste lichamen die de stad instromen
ik vertrek tegen de stroom van de bronnen van de Schelde in
ah wat een reis
de trein naar Bergen nemen
en dan de auto met Maarten Inghels
de Antwerpse dichter die tien dagen lang zal wandelen
van de bron naar zijn stad
we steken de grens over
ik vertrek tegen de stroom van de bronnen van de Schelde in
die zich van grenzen niets aantrekt
al honderd jaar waakt hij over
het gebeente van Verhaeren
Rimbaud de wandelaar is er ook voorbijgelopen
Hugo de grensspringer en zovele anderen
ah wat een reis de bron van de Schelde
stipje Gouy waar het water opborrelt
welke moederlijf voedt je?
Morgen geloof ik loop ik
naar de bronnen van mezelf
ik weet nog niet
in welke trein ik stap
op welk perron ik instap
overmorgen nog eens tegen de stroom in
loop ik naar de bron van het leven
van de vreugde van de tijd van de liefde
naar de bronnen van Europa ook
om Émile de Europese dichter te eren
het Europa van de wandelaars
van de trekkers van de herbronners
open voor wie van elders komt
Europa dat zijn korte adem voedt
aan de adem van de nieuwkomers
het sociale en insluitende Europa
dat op de kleinen steunt
Europa waar platteland
en valleien weer worden bevolkt
eens in het jaar wandelen we met ons allen
op zoek naar een bron
Europa ontwaakt vol gaten
ah wat zou ik graag naar die bron daar gaan
bron bron een druppel wijdt je in
bron van de donkere bodem maak onze talen weer nieuw
verfris voeten kelen
bevloei woorden overspoel lichamen
leg de weg voor ons open
–
Vertaald door het Vertalerscollectief van Passa Porta (2016).
Hola hoooola
draai maar wolken zing maar kermis
beef maar wegen monden ga wijd open staan
de eerste keer het is de eerste keer
de eerste keer dat wat?
dat de poëzie overspoelt belegert
tekeergaat aansteekt en vernieuwt
zo zie je vandaag 100 jonge dichters
van noord en zuid van west en oost
de woorden van hun eerste keer
beramen rijmen spuien
‘soms verkeerd maar nooit fout’
zoals Charles Ducal al schreef
de eerste keer dat je op de fiets wegstuift
de eerste heuvel die je beklimt
de eerste keer dat je de zee groet
de eerste liefde de eerste klap
de eerste zoen de eerste stortvloed
de eerste rouw terugkeer naar je eerste wortels
de eerste keer dat je het eind
van het eind van je straat verlaat
de eerste stier waar je trots op bent
het eerste oproer op aarde
het eerste boek dat je herleest
de eerste stap de eerste dood
de gruwel wordt banaal
de eerste droom eerste extase
de eerste breuk de eerste dans
elke dag de eerste dag
vanochtend ademen
de jonge dichters in mijn borst
fluiten ze tussen mijn lippen
ik loop op straat
in de onthutste wind van hun eerste keer
voorjaarstaal vonkende taal
razende taal vluchtende taal
geschokte taal beroer en waak
over de aarde die zich ingraaft
meer lucht! lucht! zeggen de dichters
gekneed door eerste keren
staart de stad me aan
wat valt komt ter wereld
en richt zich op na de storm
valt komt ter wereld
en openbaart ons als altijd nieuw
en bindt ons
mooie strompelaars
heerlijke hinkepoten
aan dezelfde levensboom.
–
Dit gedicht draag ik op aan de jeugd.
HONDERD jonge dichters tussen de 15 en 26 jaar namen deel aan het schrijfproject ‘dichter des vaderlands’ en schreven over hun eerste keer. In het Théâtre-Poème 2, waar het initiatief het daglicht zag, vieren we op 8 mei de publicatie van de bookleg la première fois / de eerste keer (éditions maelstrÖm), wat meteen ook het startsein betekent voor het 10de fiEstival maelstrÖm. Het boekje bevat de gedichten van de twee laureaten in de drie landstalen. Zelf gaan zij voortaan als jonge dichters des vaderlands door het leven. De gedichten van nog achttien Franstalige en Nederlandstalige deelnemers worden in de oorspronkelijke taal gepubliceerd.
Vertaald door het Vertalerscollectief van Passa Porta: Pierre Geron, Danielle Losman, Bart Vonck en Katelijne De Vuyst.
In België werd al enkele jaren geleden een besparingscours ingezet. Eén van de belangrijke pijlers in deze besparingspolitiek, is om de kosten in de sociale zekerheid een halt toe te roepen. Tegelijkertijd is het budget voor de veiligheid (de strijd tegen het terrorisme) totaal ontspoord.
De term houdt twee tegengestelde bewegingen in die onze essentiële behoeften onder druk zetten (cf. het artikel van Pascale Vielle, onderzoekster sociaal recht). In haar tweede gedicht, dat verschijnt in de nasleep van de Internationale Dag van het Geluk en op de Wereldpoëziedag, laat de Dichter des Vaderlands het woord “veiligheid” resoneren.
–
veiligheid
gemoeds-
rust
geef mij wat
gemoedsrust
heren dames zonder scrupules
ik heb een dak
nodig
eten voor mijn kinderen
verzorging en wie weet een
tuin om in te werken
benoem in mijn land
een minister van geluk
voor mijn veilig/gelatenheid
en een hart open voor de ander
en reizen wil ik ook
reeën en wolken bespieden
wegen om op te stappen
om zonder herrie met elkaar te verbinden
mooie banken om met elkaar te praten
bomen die naast ons staan
die ons aanzetten om te blijven
breng me muziek bij
breng me gedichten bij
wakker onze verlangens
naar schoonheid aan
iedere dag zeggen jullie
“ durf nog meer te
besparen
de kosten van de sociale zekerheid
blijven maar oplopen
die stijging moet gestopt”
en de zekerheid de sociale
die welvaart onder iedereen
verdeelt, onder sterken en zwakken
die rust brengt in de ziel
de zekerheid die bijdraagt
aan mijn zielenrust
wordt nog een beetje ingekort
terwijl een man in mijn woonwijk
van koude sterft
de andere veiligheid
jullie zwaaien ermee
tanks tanks op onze keien
“ burgers vrouwen mannen
voor jullie welzijn maken wij
miljoenen en miljoenen euros vrij
vei veilig veilighei
veiligheidheidheidheidheidheid heidheidheidheid
het is voor jullie veiveiligheidheidheidheidheidheidheid”
moeder vader het hele gezin
zit bang voor de teevee
blijft thuis
in die veiligheid
heren dames die voor ons besturen
neen daar geloof ik niet in
–
Vertaald door het Vertalerscollectief van Passa Porta: Pierre Geron, Danielle Losman, Bart Vonck en Katelijne De Vuyst
De trein bracht italianen
polen fransen grieken
marokkanen spanjaarden vers not’ pays
mensen uit het oosten en het zuiden
mensen uit het westen en het noorden
vervoerde levende krachten
klein landje petit pays
vanouds gekneed
door zoveel passage
ach trains trains
trein van dradenpartituren
waar de raven zingen
de trein slikt gezichten in
en spuwt ze uit op de perrons
van een ander leven
ach de trein de trein
die mijn leven
van het ene naar het andere perron
van Europa voert
van de ene naar de andere taal
in België
uit Bruxelles vertrek je naar Liège
en dan Luik en dan Liège
uit Bruxelles vertrek je naar Mons
en dan Bergen en dan Mons
wanneer de armen van mijn geliefde
er zijn om me welkom te heten
de thuiskomst is goed
en ik denk aan allen die
hier op het perron werden gelost
zonder armen om hen op te vangen
ach trains trains
het elektrische treintje
van mijn vader van mijn broer
trekt door mijn kindertijd
bergen van papier-maché
minuscule personages
we schiepen de wereld opnieuw
we zijn die vrouwtjes
piepkleine ventjes
we maken de wereld weer blij
op de rails van ons leven
de trein raast rijgt
de landschappen van onze gezichten aaneen
die in de ruit worden weerkaatst
opgaan in elk weiland
elke lucht die alle gedaanten
van de wolken leest
onze gezichten lossen er in op
trein met eerste- of tweedeklaswagons
de witte koeien staren ons aan
of het van schrik verstijfde wild dier
posttreinen goederentreinen treinen
vol arm slachtvee
zwarte nooit teruggekeerde konvooien
trein van elke herinnering
ach trains trains
soms heeft de trein vertraging
trappelen de reizigers
perron van de trein die ontspoort
als le train tijdig vertrekt
heeft hij ruim baan op het spoor
als een lichaam niet wanhopig is
heeft hij ruim baan op het spoor
soms is de trein trash
en als de trein in volle vaart
het buurland binnen rijdt
zit mijn ziel op me te wachten
op het perron in Brussel
soms houdt de trein halt in elk station
voor zij vervaagt
bij het automatische loket
groet de man die het startsein blaast
een geluid haast een claxon
slaat de treindeur dicht
en als de trein niet meer rijdt
staat het hele land stil
bij het lied van de raven op de draad
de trein verbindt zet lijnen uit
getik van breisters
van walkmans en e-bookreaders
trein van laptops en van dromers
les trains van de controleurs
trein van de dagelijkse sleur
breng me naar de kust
breng me naar de Hoge Venen
kom mon ami we stellen de trein open
voor mensen zonder papieren zonder oevers
opdat de trein net als
de blauwe aders van de wereld
hier nieuwe harten aan zou voeren
om er animo en moed te zaaien
democratische trein heldere ramen
schenk ons een vrijkaartje
elke eerste zondag van de maand
om elk gehucht te verkennen
waar er nog sporen lopen
opdat ons land het lab zou worden
van onze nieuwsgierigheid
naar het zo nabije buitenland
dat met ons
onze gescheiden regio’s deelt
oo oooooo trein trrrrain
trrrrrains trrrrrrrrrein
verrrrrvoerrrrr me
bewerrrrrrrk me verrrrrwarrrr me
voerrrrr me mee denderrrrend nieuw rrraster
het bleke weefsel
van onze slapende lijven
en terwijl ik zit te schrijven
zit een man ineengerold
op de bank tegenover mij
reiziger zonder biljeten smeekt me in stilte
om geld en om levend
zijn grote reis verder te zetten
–
Vertaald door het Vertalerscollectief van Passa Porta.
© Isaora Sanna
Franstalige contact
Charlotte Poncelet
Maison de la Poésie et de la Langue française
*
+32 (0)81 22 53 49
charlotte [@] maisondelapoesie.be
Nederlandstalig contact
De Dichter*es
De partners