van Els Moors, Dichter van België van 2018 tot 2020.
stop! laat mij wenen en aan jou denken
mijn verlaten kamelen loeien onder
het lichten van de bliksem in de woestijn
de wind wakkert de vuren die ik achterliet
bij jouw gloeiende lichaam aan jij bent
mij dierbaarder dan al het goud in mijn
bezit maar zonder jouw liefde is mijn
genot tot een wrede slang geworden
ze zwiept haar staart beveelt
elke stap tussen kamille en jasmijn
voert me verder weg van jou
jij die mij tot dit vergeten dwingt
ik bid ik drink ik zing ik verbrand
in het oog van mijn verdriet terwijl
de bloemen aan de drinkplaats
waar de kamelen rusten
kalm de trage dagen dulden
boezemt mijn lichaam mij alleen nog
angst in als een tent vol loze
ingewanden op de vlucht
voor het ongeluk dat als een
dakpan uit de hemel valt liefste
waar wanneer zal ik jou wedervinden
hoe zal ik dan jouw koude hart
verzachten voor jou ben ik een
golf in de wind een ster in de zee
een berg in de woestijn de spijker
die dankbaar klappen vangt
–
Met dank aan de Nationale Loterij en haar Spelers.
Met de steun van het Cultureel Samenwerkingsakkoord tussen de Franse en de Vlaamse Gemeenschap.
Ik voel een groot verlangen om
Dit oude jaar de vuilbak in te gooien
Ik ken de scherpe randen van zijn zomer
nog en al zijn andere seizoenen
Op het eind van alles blijft
een mens gewoon een mens
niet in het minst -ikzelf-weerloos
klaar om in dit mistig winterlicht
Te bezwijken aan de apocalyps
die voortduurt zolang wij er niet
in slagen om één iemand te redden
die er niet toe doet bij deze
Ik wens je vogels liefste
bloemen koffiemolens alles
wat jouw ijdele verlangens kan
laten knarsen en ik ontneem je
graag het laatste restje hoop
op jouw privé-geluk een stalen jet
en op het eind daarvan kapitalistisch
onstuimig en frivool: de dood
in het lege jazzy jaar dat voor
ons ligt zal ik opnieuw eenzaam
en geheel op eigen wijze
in jouw naam dapper zijn, beloofd.
–
Met dank aan de Nationale Loterij en haar Spelers.
Met de steun van het Cultureel Samenwerkingsakkoord tussen de Franse en de Vlaamse Gemeenschap.
Eind augustus verbleef Dichter des Vaderlands Els Moors in de Letterie in Oostende, samen met enkele aangespoelde schrijvers en haar opvolger Carl Norac. Haar verblijf resulteerde in een Gesamtkunstwerk, waarbij Noracs eerste indrukken van de badstad door de residerende schrijvers van tekst werden voorzien. Dit nieuwe Gedicht des Vaderlands ‘Vliegles’ maakt daar deel van uit.
Het volledige Gesamtkunstwerk, getiteld Aangespoelden, lees je hier terug!
–
dit is het geluid van de zee maar in deze stad klinkt
ter herinnering aan dat aanspoelen van de golven
altijd eerst het ronde zingen van de meeuwen
variërend tussen een radeloos piepen op
een onzichtbaar ritmisch slaande wind
tot het momentane opslokken of uitspuwen
van hoge onbestemde noten elk akkoord
halsstarrig weigerend dit onregelmatig
krassen van hoog naar laag aangezet
als een blaasbalg daarbij het gebalk
van de wind kopiërend heeft de intentie
de in zichzelf verzonken voorbijganger
bedachtzaam van nature te alarmeren
dan wel te informeren over het feit
dat hij zich aan de randen van een zich ver
uitstrekkend zeedomein bevindt
meeuwen zijn de witte wachters van dat
rijk zij paraderen oppermachtig en blootsvoets
aan grenzen die enkel zij beheersen
en controleren door op te vliegen
en neer te strijken in heldere onvervalste
kleuren en met een niet mis te verstane blik
zo zag ik op een ochtend een groep van
honderd meeuwen zitten op het strand
onbeweeglijk en in stilte juist daar waar de ochtendbleke
schuimkoppen van de golven zich voor korte tijd
gevaarlijk bruisend in elkaar probeerden te haken waarna
zij neerploften in het zand zodat de meeuwen
van waar ik zat bij al dat geweld al leken te zijn gestorven
nietszeggend standhoudend in die roerloze borst leken het wel
beelden pas toen een wandelaar kwam aangelopen begonnen ze
weer uit te vliegen op te zwermen enkele meters slechts
en gingen toen weer zitten nooit hoger
vliegend dan nodig en dit keer nauwelijks
een kreet slakend en zwijgend eensgezind
ik weet na dit korte zonnebaden zullen ze
net zo lief luidruchtig en met grote vleugelslagen in
een oogwenk naar verschillende delen van de wereld
zweven zonder werkelijk te bewegen ze zullen
zichzelf daarbij van grote hoogte hebben zien
vallen zonder zich te bezeren stortvloeden
zullen hen altijd maar heel even hebben
meegesleurd zie hoe een meeuw door
het slaan met zijn vleugels in de hoogste ijle
lucht kan blijven en zie hoe de bewegende
lucht boven elke zee de bollende zeilen vult
moeiteloos zwaarbeladen schepen duwt
iedereen met vleugels groot genoeg en goed
bevestigd zal dus op een dag
hebben geleerd hoe je weerstand
overwint hoe je de lucht verovert
en bedwingt en hoe je jezelf daarop
verheft
–
Met de steun van de Nationale Loterij en haar spelers.
Met dank aan het culturele samenwerkingsakkoord tussen de Vlaamse en Franstalige Gemeenschap.
500 jaar na de dood van Leonardo Da Vinci eerst het Festival Musica Divina deze Homo Universalis. In opdracht van het poëtische luik van het festival, Poesia Divina, schreef Dichter des Vaderlands Els Moors een psalm onder het motto: ‘de klank van Da Vinci‘.
Het gedicht is bijna een ready-made, vrij naar de brief die Da Vinci schreef aan Ludovico Sforza, waarin hij voornamelijk zijn eigen oorlogskunsten prijst. Slechts op het einde van die brief maakt hij er gewag van dat hij ook in de kunsten ‘alles kan wat maar mogelijk is’. Vandaar de keuze voor de titel: ‘In de dichtkunst kan ik alles wat maar mogelijk is‘.
Dit gedicht wordt voor het eerst live voorgedragen, vanmiddag op Poesia Divina in Herentals, om 17 uur. Alle praktische details vind je hier, de voorstelling is gratis!
(vrij naar de brief van Leonardo Da Vinci (±1481) aan Lodovico Sforza, de hertog van Milaan: vertaling van de oorspronkelijke tekst door Charles Nicholls in ‘Leonardo Da Vinci, Een biografie’)
–
wanneer het ook maar gelegen komt zal ik alles
met genoegen metterdaad demonstreren mijn geheimen
openbaren zonder iemand afbreuk te doen het ontwerp
en de werking van de bestaande werktuigen heb ik bekeken
en bestudeerd maar zij verschillen in niets van de algemeen
gebruikelijke en ik heb methoden voor het vervaardigen van
buitengewone lichte en sterke bruggen gemakkelijk
te vervoeren of je mij nu achtervolgt of uit de weg gaat
en verder andere die solider zijn en niet te verwoesten
door vuur of geweld en gemaakt uit het duurzame materiaal
van het verlangen naar en de wanhoop om jouw schoonheid
die vergankelijk is de ademende zachtheid van jouw huid
en ik weet dat als jouw hart belegerd wordt, hoe jouw tranen
gestelpt moeten worden en hoe allerlei tegemoetkomingen
voorzichtige woorden stormladders en overige voor dit doel
geschikte zaken vervaardigd moeten worden en is jouw
belegerde lichaam niet met deze beschietingen klein
te krijgen vanwege de hoogte van de oevers van het
verdriet of de sterke ligging van jouw eenzame bestaan
dan heb ik methoden om elk fort of elk bolwerk
te vernietigen ook al zijn deze op de harde rots van jouw
ongeloof gebouwd ook heb ik diverse kanonnen zeer
makkelijk te vervoeren die de allerzoetste
liefdesverklaringen wegslingeren zodat het wel
een hagelstorm lijkt en de muziek die ermee gepaard
gaat zal grote angst bij de vijand teweeg brengen en
mijn woorden zullen grote verliezen en verwarring
veroorzaken -ik heb methode’s om geluidloos
ondergrondse tunnels en geheime kronkelgangen
te maken om zo jouw ziel te bereiken en zelfs zo
nodig onder een gracht of een rivier van al ’s werelds
tranen door te graven ik zal gepantserde gedachten
maken bestand tegen elke aanval die met hun
geschut door de rijen van de vijand heen breken en
die door geen mens hoe machtig ook tegengehouden
kunnen worden en daarachter kunnen alle mensen die
net als ik volgens de waarheid van het geluk willen
beminnen, volgen, geheel ongedeerd en zonder
tegenstand te ondervinden ik zal kanonnen
en mortieren en licht geschut maken mooi en bruikbaar
van constructie en heel anders dan het gebruikelijke
type en als deze beschietingen in naam van mijn liefde
niets blijken uit te halen zal ik katapulten, blijden, voetangels
en andere buitengewoon doelmatige toestellen
ontwerpen die niet gebruikelijk zijn en als de strijd
op zee plaatsvindt dan heb ik allerlei uiterst geschikte
aanvals- en verdedigingswerktuigen en vaartuigen
die bestand zijn tegen de zware beschietingen buskruit
rookmiddelen: kortom deze woelige tijden die jou
liefste voor altijd van mijn liefde willen scheiden
–
Met de steun van de Nationale Loterij en haar spelers, met dank aan het culturele samenwerkingsakkoord tussen de Vlaamse en Franstalige Gemeenschap.
Greta Thunberg schudde afgelopen maandag (23.09.19) wereldleiders wakker met haar vlammende speech op de VN-klimaattop in New York. De Zweedse klimaatactivist is al langer een inspiratiebron in de strijd voor strengere klimaatmaatregelen, vooral onder jongeren. Dit jaar kwamen scholieren massaal op straat om te protesteren voor een beter klimaatbeleid, aangemoedigd door de eerste klimaatspijbelsessies van Thunberg zelf. Dat is ook onze Dichter des Vaderlands niet ontgaan: zij baseerde zich voor haar protestlied op de slogans die te zien waren in de verschillende marsen in Brussel. Haar lied werd zo enthousiast onthaald, dat er spontaan vertalingen werden aangeboden – zo is de Franse vertaling van de hand van toekomstig Dichter des Vaderlands Carl Norac – waardoor ‘Hoe heter hoe beter’ nu een officieel Gedicht des Vaderlands wordt.
Luister live naar het klimaatlied!
Ondertussen bestaat er ook al een Afrikaanse versie van het protestlied, ‘Dis heet dis sweet’ van multi-instrumentalist Frazer Barry, die momenteel op tournée is in de Lage Landen. Donderdag 26 september is hij samen met Els Moors te gast in Avond van de Afrikaanse roman, een organisatie van Week van de Afrikaanse roman en deBuren. Daar zal hij het nummer brengen met percussionist Deniel Barry! Naast Frazer Barry en Els Moors is ook Dirk Elst van de partij. Hij maakte samen met Els Moors en Lieven Moors het originele nummer ‘Hoe heter hoe beter’. Beide protestliederen kan je nu al beluisteren op de website van de VRT.
–
auto’s die drijven op een zee van plastiek
naar hete planeten vandaag ben ik ziek
ik heb koorts van de liefde
ik heb koorts van de brand
ik heb koorts van mijn moeder
geen boom op haar strand
is veilig voor ‘t water
dat komt waar het gaat
hoe heter hoe beter
en ja ook op straat
*
zee doet niet mee en is morgen kapot
één chimpansee later en dan ben ik god
ik heb koorts van de liefde
ik heb koorts van de brand
ik heb koorts van mijn moeder
geen boom op haar strand
is veilig voor ‘t water
dat komt waar het gaat (x2)
–
Met dank aan de Nationale Loterij en haar Spelers.
Met de steun van het Cultureel Samenwerkingsakkoord tussen de Vlaamse en Franse Gemeenschap.
Documentairemaker Dominique Henry trok samen met Dichter des Vaderlands Els Moors langs het kanaal Charleroi-Brussel en dat van Willebroek. Die tocht ondernam hij geïnspireerd door het idee van Els’ en Laurence Vielles Ronde van België. Dit zevende gedicht des Vaderlands vloeide voort uit de tocht langs de Belgische kanalen en kan beschouwd worden als een soort teaser van de documentaire.
Het metalen oppervlak van het loodgrijze water
dansend, kloppend, zwaar als een stervend dier.
De werkelijkheid die opdoemt als een vingerwijzing
onheilspellend als een boot door dichte mist.
Langzaam begint het me te dagen, wat me doet
huiveren, is de gedachte aan een geest die net als de mijne
tot alles in staat is, die het totaal van de toekomst
en het totaal van het verleden bezit* net als
de naar binnen gekeerde blik van zij die het water
volgen. Terwijl heldere vogels als ruiters op de wind
het verborgen licht tegemoet vliegen, beschutting zoekend
onder een brug, zonder daarbij de stroom van de tijd of de tijd van de
stroom te onderbreken, blijft elke oever, voor een eenzaam
zoekende blik, twijfelen tussen voor- en achterkant,
uitzicht of einder, dag of nacht, waken of droom,
ver of dichtbij, tot het door midden gesneden landschap
ten slotte onbeweeglijk oogt: een masker, zwaar als de gesloten deur
van een gevangenis, dat blijk geeft van een verborgen kennis, van een
geduldig afwachten, van een onbenaderbare stilte,**
een losgezongen traagheid van de dingen, of een herinnering.
Een zinkend schip dat zich niet langer thuis laat
brengen, ook deze plek was ooit van duisternis vervuld.***
* Heart of Darkness p. 36: ‘It would come slowly to me.They howled and leaped and spun and made horrid faces: but what thrilled you was just the thought of their humanity-like yours- the thought of your remote kinshipwith this wild and passionate uproar. (…) the mind of man is capable of anything- because everything is in it, all the past as well as all the future.’
** Heart of Darkness p. 56: ‘The woods were unmoved like a mask- heavy like the closed door of a prison- they looked with their air of hidden knowledge, of patient expectation, of unapproachable silence.’
*** Heart of Darkness p. 5 : ‘And this also has been one of the dark places of the earth.’
–
Met dank aan de Nationale Loterij en haar Spelers.
Met de steun van het Cultureel Samenwerkingsakkoord tussen de Vlaamse en Franse Gemeenschap.
Geschreven naar aanleiding van IJZER 2018, georganiseerd door VONK & Zonen, ter herdenking van de Groote Oorlog.
_
dood jij bent mooier
dan het meisje van barnsteen
dat hier uit de schaduw treedt
zij vangt het licht
met haar gezicht maar
jouw glimlach dood
ligt als een dove melodie
te wachten en te waken
op alle gezichten die ik zie
en ik verbaas me telkens weer
hoe jij iedereen zult raken
hoe jouw stalen wet
door het dichtste duister vreet
hoe elke ijle niet gehoorde kreet
jouw zeis verraadt
hoe onder jouw toegewijde blik
en aan jouw bleke zijde
niemand ooit nog slapen gaat
–
Met dank aan de Nationale Loterij en haar Spelers. Met de steun van het Cultureel Samenwerkingsakkoord tussen de Vlaamse en Franse Gemeenschap.
Tijdens haar schrijfresidentie in het Zoniënwoud afgelopen zomer, schreef Els Moors gedichten met het bos als primaire inspiratiebron. Deze titelloze reeks werd samen met het kortverhaal Ruisbrousse, waar het licht gehoord werd van Dirk Elst en het project van Horizon+ gebundeld in de gelegenheidsuitgave Ruisbrousse. Een handleiding voor het Zoniënwoud.
–
mateloos diep
en bovenmate hoog
en lang en breed
ik voel mezelf
als dolend in de wijdte
van de wind
teruggeblazen
naar een begin
niets vindend
wat niet al
elders tot leven
wilde komen
versplinterd door
een zuiver licht
blind
ben ik
beeldloos
rustend
in alles wat ondeelbaar
door de wereld
stroomt
De ening die de geestelijke mens met god ervaart, openbaart zich aan de geest als zijnde zonder grond, dat is: mateloos diep en boven mate hoog en lang en breed. In die openbaring wordt de geest gewaar, dat hij aan zichzelf door minne ontzonken is in de diepte, onstegen in de hoogte, ontgaan in de lengte: hij voelt zich dan als dolend in de wijdte: het is als was hij wonend in de onbekende bekendheid, als was hij door het gevoel van deze ening aan zichzelf ontvloten in de eenheid, en door alle sterven heen, verzonken in het levende leven van God.
p.35 uit ‘Vanden blinckenden steen’, of Het mystieke zoonschap. Oorspronkelijke tekst met iuxta-vertaling in modern Nederlands
Jan van Ruusbroec: Ruusbroec Hertaald (9 delen)
ed. Lannoo, Tielt / Bussum, 1976-1981
vert. dr. Lod. Moereels S.J.
Hieronder lees je het vervolg van de gedichten. De volledige publicatie Ruisbrousse. Een handleiding voor het Zoniënwoud vind je hier terug. Het luisterspel van Dirk Elst en Els Moors kan je hier integraal beluisteren. De Engelse versie van het boekje lees je hier.
terwijl ik wandelde
verplaatste ik mijn stap
ik liep in mij en met mij
liep mijn lichaam voort
en alles wat ik wist of zei
was voorbereid om
in dit zijn van mij
te zijn
de zon schonk licht
in cirkels op de grond
en de schaduwen van bladeren
weefden er wakende patronen bij
klaarwakker droomde ik
mijn kindertijd zolang ik mijn stap
voor kon blijven zou ik de eerste zijn
van mij die aan zou komen
pas toen ik moe geworden
mij vergat ontdekte ik de kracht
de breekbaarheid van dat wat zich
zonder mij
had voortbewogen
de zon in is de zon gaan staan
de maan staat in de maan
en elke stuiterende ster wist als de bezem
van een heks de sporen uit de bedden
waar ik onwetend slapen ga
de wereld slaat een stroeve droeve maat
en vlucht voor wat haar stokken doet
toont geeuwend haar eeuwenoude mond
hongerig naar wat ons verslinden moet
nog is het niet te laat! dezelfde wind
die woedend door de bomen zingt
waait de duizelende vlinder vrij
stookt in het vuur van eenzaamheid
mijn eigen trage vleugelslag
zodat ik aan zijn zijde blijf
hoor hoe een vermoeide
merel zingt
hoe tussen broze bomen
’t geluid van donderend
metaal weerklinkt
wat weerloos is
is dat wat trilt
op de snaren van
het eerste instrument
ik weet niet wat het is
maar al mijn wildste dromen
worden op die ene melodie
getemd
ik zoek een stilte die traag is
complex als de woonzone
van waterhoen reiger
vis en eend en aan een
oever de laatste kleuren
die ’s avonds tussen de
schaduwen ontvlammen
het zomerse paars en
geel van de hoogste
bloemen het giftige rood
van de uitgebloeide
aronskelk her en der
langs het pad gestrooid
geen mens die hier
wat te zoeken heeft
kon ik mijn sporen
maar onhoren
kon ik dit wachten
verzachten
kon ik niet zien
wat ik schrijf
aan de wilde wateren van de carwash
staat de danser van het vege teken
met een mond vol geeuwhonger
te wachten
op de oerknal
als een stervende schildpad
het luchtruim doorklieft
vliegt een vlinder in milde wind
op tranen gestookt
licht alles wat bleek is
de witte hielen
tevergeefs de door een man
gescandeerde vrijheid
van een koerende duif
de stropers van honing
aan de lippen
van verwilderde bloemen
met volle wangen
wuift eerstdaags
de winst
de grote papiervanger
gooit de zon naar de zon
de maan naar de maan
en de laatste mens
naar de laatste
stuiterende ster
Geïnspireerd op Haydn, de novelle ‘Lenz’ van Georg Büchner en Jezus Christus’ volgende woorden: ‘Vader vergeef hun want ze weten niet wat ze doen’
–
in deze bergen wil ik sterven
maar nog loop ik
op het hoofd
met mijn tenen in de mist
dit grauwe bos beeft onder mij
en kon ik de natte aarde bij de kachel zetten
binnendringen in de stormen
van t’heelal ooit alles in mij zuigen
met wijd gesperde open mond
ik zou voorover buigen
maar als ik ga liggen loopt de aarde
van me weg klein als een dwaalster
verdwijnt zij
in een grote stroom
_
Met dank aan de Nationale Loterij en haar spelers.
Dit gedicht maakt deel uit van een cyclus gebaseerd op de zeven laatste woorden van Christus. Die cyclus maakt deel uit van de voorstelling HAYDN, die op 3 augustus in première gaat op Theater Aan Zee.
In opdracht van Dichter bij Beeld Middelheim bij het werk ‘Badenden‘ van Luciano Fabro.
–
we gingen er tot aan onze witte lakens in
niet verder we vloeiden voor de wereld
zoals een steen in rimpelend water
zweeft
en telkens als het avond werd
begonnen we bloedend
te bederven
wat ons ’s ochtends leven deed
het licht dat ons ooit tot dit spel bewoog
zelf misselijk geworden sloot de ogen nu
tot in het schuim der leegte ook
’t fijnste licht verdween
ik zie me daar nog zitten neergezonken
in de breedte van dat water
zo somber loopt de zomer
van ons weg
ach ik zal de tijd niet stoppen
die hier elke keer opnieuw
nieuwsgierig in dit zwarte water
blikt
en ook uw gezicht dat spiegelt
wat het mijne wil
wil ik niet weren
uit mijn klein maar vastomlijnd bestaan
tot aan mijn middel blijf ik
in uw zwaarte wezen en
ik meer mij ook vandaag weer
in uw diepe vijvers aan
en zingt de eeuwigheid
dit machtig herfstlicht
een mistig lied
dat alles stoppen doet
dan ril ik
of ik laat mij door u beven
tot ik samen met u
sterven moet
_
Met dank aan de Nationale Loterij en haar Spelers.
mijn stad is van de maan
van corona en havana en van eenzaam
slapen gaan van de overkant van het park
waarin de zwanen lachen
van het opstijgende vliegtuig
de vuilniszak het doorgeefluik
van de brasserie van verslavingen die de
staatskas spijzen
van roet op vensterbanken
van verweesde kinderen die zich
voeden met cola gojibessen en tussen
de door de wind verweerde woontorens
zitten te wachten op een tram
van het mediaspektakel tot aan de volgende ramp
van vrouwen die de taal van de veroveraar
nasaal in de mond hebben genomen
maar wie leert onze meisjes naakt
te praten niet besmeurd door kapitaal
afwasmachines mixers warenhuizen
wie kent de vijftien manieren
om een sinaasappel te eten
kijk me niet in de ogen ik draag gucci
mijn stad is een hit and run van eerst de zon
en daarna een kille bries
overweeg ik hoe ik
voor de dag wil komen
ik neem de aanzet van de glimlach
die ik ooit voor jou bewaarde
en strooi hem kwistig in het rond
–
Met de steun van de Nationale Loterij en haar spelers.
1
2
3
4
5
6
7
8
1.
onze steden liggen in de regen als de as valt
zij wonen in de storm als een schallende lach
op deze hoek van de straat zetten we het huis neer
is het een open-splitsen van de muren
onze buurman onze vriend
vergiftigde de hond met het kwikzilver van eikels
bezit evenwaardig aan de waardigheid van de bezitter
de bomen in ons landschap blijven doof voor alle onredelijke eisen
groen in de lente als de sproei van jonge dieren
staan zij in een koolzaadveld geel als een overtreding
onze geschiedenis is een georchestreerde registratie van de uit
onhebbelijkheden geboren chaos
van belangrijke en minder belangrijke personen
de uitbuiting van het vrije licht
in de ogen van onvrije mensen
de ritmische noodzaak van onze liederen
uit de vezels van het papier geperst
2.
in huizen zoals de onze worden de stammentwisten
achterwaarts uitgevochten
om een terril te beklimmen volstaat het om
1. de ogen te sluiten en 2. zich het ontstaan van een heuvel te herinneren
wij wensen onze stad dieren op graffiti-muren die geluk brengen aan onze
bewoners die in tenten slapen
de zoon van een politieagent die waakt over het aantal minuten dat je stil
kunt staan zonder dat er sprake is van een samenscholing
onze stad is een savanne
en zo wandelt de ene generatie telkens opnieuw weg van de andere
huizen en fabrieken kunnen niet worden afgebroken
geld stroomt net als water aan de achterdeur naar buiten
het is een komen en gaan van nieuwkomers die zich voor elkaar verbergen
er is altijd iemand thuis op een plek waar hij of zij niet kan worden
gevonden
3.
in onze huizen duurt de schemering
als we de sluier oplichten verdwijnen we in de melancholie van het licht
uit onze landen ver weg
we vallen tussen de plooien van de tijd
terwijl onze kinderen in plukken van deur tot deur
worden opgehaald door een onzichtbare rattenvanger
na schooltijd in het nabij gelegen bos
door een exhibitionist worden begluurd
op een hoopje op straat naar de enige televisie staan te kijken
door het raam van de buurvrouw
verzilveren onze model immigranten de ramen
door er kloskant voor te hangen
in onze steden van kruisingen en kruispunten
doorklieft onze zon alle tijd – en ruimteassen
de overgang van de ene plaats naar de andere
is niet ingewikkelder
dan het leggen van een brug over de sporen
op voorwaarde dat we met de twee kanten
van onze vreemde gezichten het licht weten op te vangen
4.
wij wonen in huizen die zich uitstrekken als badkuipen alles heeft
betekenis en is onderdeel van een verhaal
terwijl vader en moeder de laatsten zijn die door het huis dwarrelen
staat onze zoon als een trotse Kazach van bordkarton tegen de muur
de bloemen bloeien ’s nachts als meisjes door de ramen
alles is op ooghoogte of er net onder
we hebben een engel die zich over ons heen buigt
een vrouw die zegt ik zal je tonen hoe onze vrouwen sterven
zullen we de brug verplaatsen?
zo vertaald lijkt onze schelde op een slak
terwijl onze dichters moeilijke grimassen trekken
kweken onze vrachtwagenchauffeurs aardappelen op de tarmac
we sturen foto’s van de vlinders
op de motorkap naar het thuisfront
5.
als we zijn opgehouden met ijsberen wonen we in schepen
als in Siberië op grote verwarmingsketels
andere manieren waarop we ons weten warm te houden
twee verwarmingselementen aan de voor en achterkant van moeders rok
vader en moeder lopen naar elkaar toe, gaan voor de kachel staan, tillen
hun kleren op en tonen elkaar hun blote onderlijven
onze kapitein blijft boven en kijkt teleurgesteld naar de schapen
hij is niet in staat om in die volgorde -te houden van -te doden -op te eten
onze matrozen zingen tot aan het ochtendgloren
op kleine bromfietsen rijden ze verkeerdelijk een heuvel op
waarna het voorwiel van hun voertuig
eenzaam in de lucht blijft draaien
op de grond gevallen kijken ze naar de sterren
denkend aan de volgende fles bier in de koelkast
onze schilders vertrekken van een idee en geven zich daarna
gewillig over aan de eisen van de zwaartekracht
slib van modder te onderscheiden
schepen op te tillen met behulp van liften
6.
je wil weten waar we wonen
we wonen in op aan en over de Meuse
je wil weten waar we zwemmen
we zwemmen op de heuvels met onze vrienden
er was een tijd dat we er ons nog niet voor schaamden
dat we arm waren
er stonden drie soorten confituur op tafel
pruim aalbes en rabarber alle zelfgemaakt
vader was een stem
die uit al onze boeken sprak
7.
aan onze voeten ligt het water
en aan de voeten van het water ligt de spoorweg
en aan de voeten van de spoorweg ligt de kerncentrale
en aan de voeten van de kerncentrale ligt het papier in grote stapels te
wachten
tot het zal worden opgehaald
plots lijkt het ons noodzakelijk om het moment te bepalen
waarop een paardebloem zich transformeert
tot een bol pluisjes
is er sprake van een tussenfase
we hebben allemaal de gave
om ons te verzamelen
onze kinderen houden zich rechtop
maar dat is geen reden tot vrolijkheid
zij moeten zich schuilhouden in de volgende bocht
en laten te pas en te onpas hun tanden zien
’s ochtends en ’s avonds spelen we enkele akkoorden op een
gammele gitaar
we maken duidelijk dat we er zijn
én dat we bezig zijn om te verdwijnen
8.
we zijn overal geweest
en we hebben besloten dat we nergens anders kunnen blijven
hier steken we onze wortels in de grond
ja we willen blijven
zoals de papavers rood en bloederig en lichtzinnig en vol van uitvluchten
zoals de visser die het aas jarenlang in de mond bewaart
onze jeugd laaft zich in het vierkant aan het vierkant en aan het bier
in een kom melk
onaangeroerd is het woord waarnaar we blijven verlangen
we bemiddelen tussen het dal
en hoe er aan te ontsnappen
onwetend over de grenzen
van ons dromerige rijk
© Guy Kokken
Franstalige contact
Charlotte Poncelet
Maison de la Poésie et de la Langue française
*
+32 (0)81 22 53 49
charlotte [@] maisondelapoesie.be
Nederlandstalig contact
De Dichter*es
De partners